Kosten opleiding tot duikinstructeur vormden aftrekbare scholingskosten
Volgens Hof Arnhem mocht iemand de kosten die hij maakte voor een driejarige opleiding tot duikinstructeur in aftrek brengen. De man, een ervaren sportduiker, werkte als automatiseerder en was op zijn 48e begonnen aan deze opleiding. De belastingdienst weigerde de aftrek omdat er geen sprake zou zijn van een opleiding voor een beroep. Volgens de belastingdienst was niet te verwachten dat de man na voltooiing van de studie de verworven kennis productief zou kunnen maken en daardoor zijn maatschappelijke positie zou kunnen verbeteren. De automatiseerder voerde aan dat hem uit functioneringsgesprekken op zijn werk duidelijk was geworden dat hij aan zijn loopbaan een wending moest geven. Hij koos voor de opleiding tot duikinstructeur omdat hij thuis was in de duikerswereld, de duiksport “booming business” was en hij al bij de aanvang van de studie uitzicht had op werk zodra hij zijn brevet zou hebben behaald. Het Hof vond aannemelijk dat de studie niet om persoonlijke redenen werd gevolgd maar met het oog op verbetering van zijn maatschappelijke positie in financieel-economisch opzicht.
Volgens Hof Arnhem mocht iemand de kosten die hij maakte voor een driejarige opleiding tot duikinstructeur in aftrek brengen. De man, een ervaren sportduiker, werkte als automatiseerder en was op zijn 48e begonnen aan deze opleiding. De belastingdienst weigerde de aftrek omdat er geen sprake zou zijn van een opleiding voor een beroep. Volgens de belastingdienst was niet te verwachten dat de man na voltooiing van de studie de verworven kennis productief zou kunnen maken en daardoor zijn maatschappelijke positie zou kunnen verbeteren. De automatiseerder voerde aan dat hem uit functioneringsgesprekken op zijn werk duidelijk was geworden dat hij aan zijn loopbaan een wending moest geven. Hij koos voor de opleiding tot duikinstructeur omdat hij thuis was in de duikerswereld, de duiksport “booming business” was en hij al bij de aanvang van de studie uitzicht had op werk zodra hij zijn brevet zou hebben behaald. Het Hof vond aannemelijk dat de studie niet om persoonlijke redenen werd gevolgd maar met het oog op verbetering van zijn maatschappelijke positie in financieel-economisch opzicht.