
Een belangrijk onderdeel van de Wet op de Vennootschapsbelasting is de deelnemingsvrijstelling. De deelnemingsvrijstelling voorkomt dat winsten van dochtermaatschappijen (deelnemingen) bij de moeder nogmaals worden belast. De deelnemingsvrijstelling werkt ook in internationaal verband. Tegenover de vrijstelling van resultaten van deelnemingen staat een beperking van de aftrek van kosten.
Een BV met meerderheidsbelangen in twee Tsjechische vennootschappen maakte in verband met deze deelnemingen voor € 4.833 aan rentekosten en leed een valutaverlies op een lening van € 1,2 miljoen. De inspecteur weigerde de aftrek van deze kosten.
Deze kosten hadden betrekking op de financiering van deelnemingen waarin de Nederlandse BV een beslissende invloed op de besluiten had en de activiteiten kon bepalen. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie EG volgt dat de aftrekuitsluiting in een dergelijk geval betrekking heeft op de vrijheid van vestiging en dus valt onder de artikelen uit het EG-verdrag die daarop betrekking hebben. Voor zover de aftrekuitsluiting ook het vrije verkeer van kapitaal beperkt, is die beperking een onvermijdelijk gevolg van een eventuele belemmering van de vrijheid van vestiging. Dat betekent dat de aftrekbeperking niet moet worden getoetst aan de artikelen uit het EG-verdrag die betrekking hebben op de vrijheid van kapitaalverkeer, ook niet indien het betreft kapitaalverkeer met een land buiten de Europese Unie.
Dat de aftrekbeperking niet mag worden toegepast in die gevallen waarop in de zin van het EG-verdrag alleen het begrip kapitaalverkeer van toepassing is, heeft geen gevolg voor de geldigheid van de aftrekbeperking als zodanig. Dat betekent dat deze aftrekbeperking in andere gevallen mag worden toegepast.