Kosten inkoop extra dienstjaren ineens ten laste van winst

Werkgevers kunnen aan hun werknemers pensioenrechten toekennen. De Wet op de Loonbelasting 1964 bevat een aantal bepalingen waaraan een pensioenregeling moet voldoen. Volgens de bepalingen zoals deze golden met ingang van 1 juni 1999 mocht bij de bepaling van de diensttijd waarover pensioenrechten werden toegekend rekening worden gehouden met dienstbetrekkingen bij andere werkgever vóór 8 juli 1994 door de inkoop van ontbrekende dienstjaren. Voorwaarde daarvoor was het bestaan van een pensioentekort als gevolg van het ontbreken van dienstjaren. Het bestaan van een pensioentekort was gerelateerd aan de pensioenregeling bij de huidige werkgever. In overeenstemming met deze bepalingen kocht een werknemer een extra diensttijd in van 15 jaren en vijf maanden. De vraag was of de werkgever de kosten van toekenning van pensioenrechten wegens een inkoop van ontbrekende dienstjaren tot 8 juli 1994 in aftrek op zijn winst mocht brengen. Naar het oordeel van Hof Den Bosch vormen dergelijke lasten voor de werkgever kosten van een dienstbetrekking. Dat geldt ook als sprake zou zijn van een bovenmatige pensioentoekenning. Kosten van een dienstbetrekking zijn ondernemingsuitgaven, tenzij de kosten onredelijk hoog zijn in verhouding tot het nut dat zij opleveren. Het is aan de inspecteur om dat laatste aannemelijk te maken. Omdat de inspecteur er niet in slaagde te bewijzen dat de in 1999 toegekende arbeidsbeloning onzakelijk hoog was, kwamen de lasten van de inkoop van extra dienstjaren in mindering op de winst van de werkgever. Volgens het Hof liet goed koopmansgebruik toe dat de gehele inkooplast ineens ten laste van de winst van 1999 werd geboekt. Het Hof vond daarvoor niet van belang dat bij de inwerkingtreding van de Wet fiscale behandeling van pensioenen geen specifieke bepalingen in de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 zijn ingevoerd die betrekking hebben op de jaarwinstbepaling.
Werkgevers kunnen aan hun werknemers pensioenrechten toekennen. De Wet op de Loonbelasting 1964 bevat een aantal bepalingen waaraan een pensioenregeling moet voldoen. Volgens de bepalingen zoals deze golden met ingang van 1 juni 1999 mocht bij de bepaling van de diensttijd waarover pensioenrechten werden toegekend rekening worden gehouden met dienstbetrekkingen bij andere werkgever vóór 8 juli 1994 door de inkoop van ontbrekende dienstjaren. Voorwaarde daarvoor was het bestaan van een pensioentekort als gevolg van het ontbreken van dienstjaren. Het bestaan van een pensioentekort was gerelateerd aan de pensioenregeling bij de huidige werkgever.
In overeenstemming met deze bepalingen kocht een werknemer een extra diensttijd in van 15 jaren en vijf maanden. De vraag was of de werkgever de kosten van toekenning van pensioenrechten wegens een inkoop van ontbrekende dienstjaren tot 8 juli 1994 in aftrek op zijn winst mocht brengen.
Naar het oordeel van Hof Den Bosch vormen dergelijke lasten voor de werkgever kosten van een dienstbetrekking. Dat geldt ook als sprake zou zijn van een bovenmatige pensioentoekenning. Kosten van een dienstbetrekking zijn ondernemingsuitgaven, tenzij de kosten onredelijk hoog zijn in verhouding tot het nut dat zij opleveren. Het is aan de inspecteur om dat laatste aannemelijk te maken.
Omdat de inspecteur er niet in slaagde te bewijzen dat de in 1999 toegekende arbeidsbeloning onzakelijk hoog was, kwamen de lasten van de inkoop van extra dienstjaren in mindering op de winst van de werkgever.
Volgens het Hof liet goed koopmansgebruik toe dat de gehele inkooplast ineens ten laste van de winst van 1999 werd geboekt. Het Hof vond daarvoor niet van belang dat bij de inwerkingtreding van de Wet fiscale behandeling van pensioenen geen specifieke bepalingen in de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 zijn ingevoerd die betrekking hebben op de jaarwinstbepaling.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u