Kosten haalbaarheidsonderzoek herstart waren ondernemingskosten
Een zelfstandige slager had zijn bedrijf gevestigd in een supermarkt. Met ingang van 1 januari 2002 trad hij in loondienst bij de supermarkt als slager en staakte hij zijn onderneming. Dat hield verband met de verhuizing van de supermarkt naar een nieuw en duurder pand, waardoor het onderhuurcontract veel duurder zou uitvallen. De eigenaar van de supermarkt verkocht het bedrijf aan een andere supermarktketen. Binnen de formule van deze keten paste echter geen aparte slagerij. Wel bestond de mogelijkheid dat de slager zich binnen de supermarkt als zelfstandige zou vestigen. Met het oog daarop liet de slager een haalbaarheidsonderzoek uitvoeren. De kosten daarvan waren voor zijn rekening. Uiteindelijk wenste de supermarktketen vast te houden aan de landelijke formule en geen (zelfstandige) slagerij toe te staan. Hof Arnhem stond, anders dan de inspecteur, aftrek toe van de kosten van het haalbaarheidsonderzoek. Anders dan de inspecteur meende was er volgens het Hof in 2002 een begin gemaakt met de start van een nieuwe onderneming. Het Hof vond daarbij van belang dat de slager in het verleden al binnen een supermarkt een rendabele onderneming had uitgeoefend, dat de uitkomst van het haalbaarheidsonderzoek positief was en dat hij vervolgens afspraken had gemaakt met de supermarktketen over een (voorlopig) onderhuurcontract. Dat de slager uiteindelijk niet als zelfstandige aan de slag was gegaan was het directe gevolg van het besluit van de hoofddirectie van de supermarktketen.
Een zelfstandige slager had zijn bedrijf gevestigd in een supermarkt. Met ingang van 1 januari 2002 trad hij in loondienst bij de supermarkt als slager en staakte hij zijn onderneming. Dat hield verband met de verhuizing van de supermarkt naar een nieuw en duurder pand, waardoor het onderhuurcontract veel duurder zou uitvallen. De eigenaar van de supermarkt verkocht het bedrijf aan een andere supermarktketen. Binnen de formule van deze keten paste echter geen aparte slagerij. Wel bestond de mogelijkheid dat de slager zich binnen de supermarkt als zelfstandige zou vestigen. Met het oog daarop liet de slager een haalbaarheidsonderzoek uitvoeren. De kosten daarvan waren voor zijn rekening. Uiteindelijk wenste de supermarktketen vast te houden aan de landelijke formule en geen (zelfstandige) slagerij toe te staan. Hof Arnhem stond, anders dan de inspecteur, aftrek toe van de kosten van het haalbaarheidsonderzoek. Anders dan de inspecteur meende was er volgens het Hof in 2002 een begin gemaakt met de start van een nieuwe onderneming. Het Hof vond daarbij van belang dat de slager in het verleden al binnen een supermarkt een rendabele onderneming had uitgeoefend, dat de uitkomst van het haalbaarheidsonderzoek positief was en dat hij vervolgens afspraken had gemaakt met de supermarktketen over een (voorlopig) onderhuurcontract. Dat de slager uiteindelijk niet als zelfstandige aan de slag was gegaan was het directe gevolg van het besluit van de hoofddirectie van de supermarktketen.