
| Werkgevers mogen geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen. Dat geldt bijvoorbeeld op het gebied van de arbeidsvoorwaarden. Slechts in een paar uitdrukkelijk in de wet genoemde gevallen mag direct onderscheid naar geslacht, waaronder onderscheid op grond van zwangerschap, bevalling en moederschap, worden gemaakt. Een werkgever kende voor een deel van zijn personeel een bonusregeling die bestond uit een variabele aanvulling op het salaris. De aanvulling was afhankelijk van de mate waarin de winst-, de omzet- en de individuele doelstellingen in een jaar werden gerealiseerd. Langdurige inactiviteit van een werknemer leidde tot een korting op de bonus. Hoewel deze bonusregeling naar de letter geen onderscheid maakt naar het geslacht van de werknemer, was de kantonrechter toch van oordeel dat er sprake was van verboden discriminatie. De bonus van een vrouwelijke medewerker was namelijk verminderd omdat zij zwangerschaps- en bevallingsverlof genoten had. De werkgever had die afwezigheid meegenomen als periode van langdurige inactiviteit. Dat had de werkgever ook gedaan met een periode van arbeidsongeschiktheid, voorafgaande aan het zwangerschapsverlof. De kantonrechter was van oordeel dat ook die periode buiten beschouwing moest worden gelaten, omdat de arbeidsongeschiktheid het gevolg was van zwangerschapsgerelateerde klachten. |