Koopoptie verminderde resultaat terbeschikkingstelling
De resultaten van het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen, zoals de verhuur van bedrijfsmiddelen, door een grootaandeelhouder aan zijn BV zijn belast in box 1. De verkoopopbrengst valt onder de resultaten en is dus ook belast als deze hoger is dan de boekwaarde van het bedrijfsmiddel.
De enige aandeelhouder van een BV was eigenaar van een bedrijfspand dat hij verhuurde aan zijn BV. Deze BV was de beherende vennoot van een commanditaire vennootschap. De BV verhuurde het pand door aan de CV, die het gebruikte voor haar bedrijfsactiviteiten. De aandeelhouder van de BV verleende een koopoptie op 1/3 deel van het pand aan de commanditaire vennoot. Deze kreeg het recht om 1/3 deel van het pand te kopen in de periode van 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2002. De aandeelhouder verkocht het pand op 27 februari 2002. Ter afkoop van het optierecht betaalde de aandeelhouder een bedrag van € 282.856 aan de commanditaire vennoot. Aftrek van dit bedrag op de boekwinst die werd gemaakt op het pand leidde tot een negatief resultaat uit werkzaamheid. De inspecteur hield geen rekening met het betaalde bedrag bij de bepaling van het resultaat uit werkzaamheid.
De procedure voor Hof Den Bosch had betrekking op de vraag of de aandeelhouder een koopoptie had verleend, en zo ja, wat de inhoud van de optieovereenkomst was.
Het hof vond de verklaring voor het bestaan van de optie van de aandeelhouder geloofwaardig. Het bestaan van de optie werd onderschreven door de betaling waarvan wel bewijs was.
De optieverplichting moest op de openingsbalans van de werkzaamheid per 1 januari 2001 worden opgenomen voor de waarde in het economische verkeer. Omdat partijen zich niet hadden uitgelaten over de waarde van deze verplichting, stelde het hof de waarde vast op een bedrag van € 214.856. Volgens het hof was de betaling van € 282.856 een zakelijke vergoeding voor de beëindiging van het optierecht.
Dit leidde tot het volgende resultaat uit werkzaamheid:
Afkoopsom optierecht € 282.856
Boekwaarde optierecht € 214.563
Waardeaangroei optierecht € 68.293
Verkoopprijs pand € 1.361.340
Waarde per 1 januari 2001 € 982.671
Voordeel uit tbs-regeling € 378.669
Af: aangroei optierecht € 68.293
Resultaat uit werkzaamheid € 310.376
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De resultaten van het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen, zoals de verhuur van bedrijfsmiddelen, door een grootaandeelhouder aan zijn BV zijn belast in box 1. De verkoopopbrengst valt onder de resultaten en is dus ook belast als deze hoger is dan de boekwaarde van het bedrijfsmiddel. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p> </o:p></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De enige aandeelhouder van een BV was eigenaar van een bedrijfspand dat hij verhuurde aan zijn BV. Deze BV was de beherende vennoot van een commanditaire vennootschap. De BV verhuurde het pand door aan de CV, die het gebruikte voor haar bedrijfsactiviteiten. De aandeelhouder van de BV verleende een koopoptie op 1/3 deel van het pand aan de commanditaire vennoot. Deze kreeg het recht om 1/3 deel van het pand te kopen in de periode van 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2002. De aandeelhouder verkocht het pand op 27 februari 2002. Ter afkoop van het optierecht betaalde de aandeelhouder een bedrag van € 282.856 aan de commanditaire vennoot. Aftrek van dit bedrag op de boekwinst die werd gemaakt op het pand leidde tot een negatief resultaat uit werkzaamheid. De inspecteur hield geen rekening met het betaalde bedrag bij de bepaling van het resultaat uit werkzaamheid.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De procedure voor Hof Den Bosch had betrekking op de vraag of de aandeelhouder een koopoptie had verleend, en zo ja, wat de inhoud van de optieovereenkomst was.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Het hof vond de verklaring voor het bestaan van de optie van de aandeelhouder geloofwaardig. Het bestaan van de optie werd onderschreven door de betaling waarvan wel bewijs was.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De optieverplichting moest op de openingsbalans van de werkzaamheid per 1 januari 2001 worden opgenomen voor de waarde in het economische verkeer. Omdat partijen zich niet hadden uitgelaten over de waarde van deze verplichting, stelde het hof de waarde vast op een bedrag van € 214.856. Volgens het hof was de betaling van € 282.856 een zakelijke vergoeding voor de beëindiging van het optierecht. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Dit leidde tot het volgende resultaat uit werkzaamheid: </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Afkoopsom optierecht<SPAN style="mso-spacerun: yes"> </SPAN>€ 282.856 </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Boekwaarde optierecht<SPAN style="mso-spacerun: yes"> <U> </U></SPAN><U><SPAN style="mso-spacerun: yes">€ </SPAN>214.563 </U></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Waardeaangroei optierecht<SPAN style="mso-spacerun: yes"> € </SPAN>68.293 </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><o:p> </o:p></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Verkoopprijs pand<SPAN style="mso-spacerun: yes"> </SPAN>€ 1.361.340 </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Waarde per 1 januari 2001<SPAN style="mso-spacerun: yes"> <U>€ </U></SPAN><U>982.671 </U></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Voordeel uit tbs-regeling<SPAN style="mso-spacerun: yes"> € </SPAN>378.669 </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Af: aangroei optierecht<SPAN style="mso-spacerun: yes"> </SPAN><SPAN style="mso-spacerun: yes"> <U>€ </U></SPAN><U>68.293 </U></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Resultaat uit werkzaamheid<SPAN style="mso-spacerun: yes"> € </SPAN>310.376</P>