Kleding verstrekt door werkgever belast
De verstrekking door een werkgever aan zijn werknemers van andere kleding dan werkkleding vormt loon in natura. Loon in natura moet worden gewaardeerd naar de waarde in het economische verkeer. Ook als de kleding slechts ter beschikking wordt gesteld terwijl de eigendom bij de werkgever blijft is sprake van loon.
De waarde in het economische verkeer van het genot van ter beschikking gestelde kledingstukken moet worden belast op het moment waarop de terbeschikkingstelling begint.
Om als werkkleding te kunnen gelden gold als eis dat op de kleding een of meer logo’s van de werkgever waren aangebracht met een grootte van tenminste 70 cm2. Deze eis gold per kledingstuk; ook als meerdere kledingstukken tegelijk werden gedragen die van een logo waren voorzien.
Na dit oordeel van de Hoge Raad moest Hof Den Haag beoordelen of de ter zake aan een werkgever opgelegde naheffingsaanslag in de loonbelasting en de premie volksverzekeringen juist was. Partijen verschilden daarover niet van mening. Hof Den Haag oordeelde daarom dat de naheffingsaanslag terecht was vastgesteld.
De verstrekking door een werkgever aan zijn werknemers van andere kleding dan werkkleding vormt loon in natura. Loon in natura moet worden gewaardeerd naar de waarde in het economische verkeer. Ook als de kleding slechts ter beschikking wordt gesteld terwijl de eigendom bij de werkgever blijft is sprake van loon.
De waarde in het economische verkeer van het genot van ter beschikking gestelde kledingstukken moet worden belast op het moment waarop de terbeschikkingstelling begint.
Om als werkkleding te kunnen gelden gold als eis dat op de kleding een of meer logo’s van de werkgever waren aangebracht met een grootte van tenminste 70 cm2. Deze eis gold per kledingstuk; ook als meerdere kledingstukken tegelijk werden gedragen die van een logo waren voorzien.
Na dit oordeel van de Hoge Raad moest Hof Den Haag beoordelen of de ter zake aan een werkgever opgelegde naheffingsaanslag in de loonbelasting en de premie volksverzekeringen juist was. Partijen verschilden daarover niet van mening. Hof Den Haag oordeelde daarom dat de naheffingsaanslag terecht was vastgesteld.