Keuze referentiejaren Ziekenfondsverzekering niet meer bij geschil over aanslag
De belastingdienst stuurde aan een ondernemer een verklaring waaruit bleek dat hij voor het jaar 2003 verplicht Ziekenfondsverzekerd was. Omdat de ondernemer te laat bezwaar maakte tegen deze verklaring werd zijn bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en stond de verklaring onherroepelijk vast. Vervolgens maakte de ondernemer bezwaar tegen de aanslag premie Ziekenfondswet 2003. In de procedure voor de rechtbank was in geschil of de ondernemer nog een beroep kon doen op de keuzeregeling. De keuzeregeling hield in dat op aanvraag van de ondernemer het gemiddelde inkomen niet over een periode van drie jaren maar over twee van de drie jaren uit deze periode werd bepaald. De verzekeringsplicht vloeide niet voort uit de verklaring van de inspecteur maar uit de wet. Naar het oordeel van de rechtbank kon de verzekeringsplicht in bezwaar en beroep tegen een aanslag premie Ziekenfondswet aan de orde komen. Dat gold echter niet voor de keuzeregeling. Deze was bedoeld om de kans dat een zelfstandige bij fluctuerend inkomen regelmatig van verzekeringsvorm moet wisselen te verkleinen. De Ziekenfondsverklaring is een beschikking, waartegen binnen zes weken bezwaar kan worden gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank kon de besluitgever in redelijkheid de voorwaarde stellen dat een verzoek om toepassing van de keuzeregeling binnen dezelfde termijn van zes weken moest worden gedaan. Aan die voorwaarde had de ondernemer niet voldaan. Daarom had de belastingdienst bij het opleggen van de aanslag terecht de keuzeregeling niet toegepast.
De belastingdienst stuurde aan een ondernemer een verklaring waaruit bleek dat hij voor het jaar 2003 verplicht Ziekenfondsverzekerd was. Omdat de ondernemer te laat bezwaar maakte tegen deze verklaring werd zijn bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en stond de verklaring onherroepelijk vast. Vervolgens maakte de ondernemer bezwaar tegen de aanslag premie Ziekenfondswet 2003. In de procedure voor de rechtbank was in geschil of de ondernemer nog een beroep kon doen op de keuzeregeling. De keuzeregeling hield in dat op aanvraag van de ondernemer het gemiddelde inkomen niet over een periode van drie jaren maar over twee van de drie jaren uit deze periode werd bepaald. De verzekeringsplicht vloeide niet voort uit de verklaring van de inspecteur maar uit de wet. Naar het oordeel van de rechtbank kon de verzekeringsplicht in bezwaar en beroep tegen een aanslag premie Ziekenfondswet aan de orde komen. Dat gold echter niet voor de keuzeregeling. Deze was bedoeld om de kans dat een zelfstandige bij fluctuerend inkomen regelmatig van verzekeringsvorm moet wisselen te verkleinen. De Ziekenfondsverklaring is een beschikking, waartegen binnen zes weken bezwaar kan worden gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank kon de besluitgever in redelijkheid de voorwaarde stellen dat een verzoek om toepassing van de keuzeregeling binnen dezelfde termijn van zes weken moest worden gedaan. Aan die voorwaarde had de ondernemer niet voldaan. Daarom had de belastingdienst bij het opleggen van de aanslag terecht de keuzeregeling niet toegepast.