Kennisgeving uitstel geen voorwaarde voor termijnverlenging aanslag
De inspecteur heeft drie jaar na afloop van een kalenderjaar de tijd om over een dat kalenderjaar een aanslag inkomstenbelasting op te leggen. De driejaarstermijn wordt verlengd met het genoten uitstel om aangifte te doen.
In een procedure voor Hof Arnhem stelde de belanghebbende zich op het standpunt dat de inspecteur niet meer bevoegd was om een aanslag op te leggen omdat de driejaarstermijn was verstreken. De inspecteur voelde zich door dit betoog in het nauw gedreven gezien de lange tijd die verstreken was met de behandeling van het bezwaarschrift tegen de aanslag. Het was volgens de inspecteur niet meer mogelijk na te gaan of, en zo ja voor hoe lang, destijds aan de belanghebbende uitstel was verleend. De inspecteur verzocht het Hof deze klacht buiten behandeling te laten. Het Hof honoreerde dat verzoek niet omdat van de inspecteur verwacht mag worden dat hij alle gegevens betreffende de aanslagregeling, inclusief gegevens betreffende het verleende uitstel, bewaart. De belanghebbende bestreed niet dat de inspecteur hem uitstel had verleend om aangifte te doen, maar wel dat dit uitstel hem duidelijk kenbaar was gemaakt. Volgens de belanghebbende is termijnverlenging alleen toegestaan wanneer de inspecteur het verlenen van uitstel uitdrukkelijk heeft bevestigd. Het Hof volgde deze opvatting niet. De belanghebbende was accountant en maakte voor zijn eigen aangifte en die van zijn cliƫnten gebruik van de uitstelregeling voor belastingconsulenten, de zogenaamde beconregeling. Op grond van deze regeling had de belanghebbende maximaal elf maanden uitstel voor het indienen van zijn aangifte inkomstenbelasting. Alleen indien de belanghebbende bestrijdt dat uitstel is verleend is termijnverlening voor het vaststellen van de aanslag slechts mogelijk als er een kennisgeving van het verlenen van uitstel is. In dit geval bestond geen onzekerheid over het verlenen van uitstel en was de kennisgeving niet vereist.
De inspecteur heeft drie jaar na afloop van een kalenderjaar de tijd om over een dat kalenderjaar een aanslag inkomstenbelasting op te leggen. De driejaarstermijn wordt verlengd met het genoten uitstel om aangifte te doen.
In een procedure voor Hof Arnhem stelde de belanghebbende zich op het standpunt dat de inspecteur niet meer bevoegd was om een aanslag op te leggen omdat de driejaarstermijn was verstreken. De inspecteur voelde zich door dit betoog in het nauw gedreven gezien de lange tijd die verstreken was met de behandeling van het bezwaarschrift tegen de aanslag. Het was volgens de inspecteur niet meer mogelijk na te gaan of, en zo ja voor hoe lang, destijds aan de belanghebbende uitstel was verleend. De inspecteur verzocht het Hof deze klacht buiten behandeling te laten. Het Hof honoreerde dat verzoek niet omdat van de inspecteur verwacht mag worden dat hij alle gegevens betreffende de aanslagregeling, inclusief gegevens betreffende het verleende uitstel, bewaart. De belanghebbende bestreed niet dat de inspecteur hem uitstel had verleend om aangifte te doen, maar wel dat dit uitstel hem duidelijk kenbaar was gemaakt. Volgens de belanghebbende is termijnverlenging alleen toegestaan wanneer de inspecteur het verlenen van uitstel uitdrukkelijk heeft bevestigd. Het Hof volgde deze opvatting niet. De belanghebbende was accountant en maakte voor zijn eigen aangifte en die van zijn cliƫnten gebruik van de uitstelregeling voor belastingconsulenten, de zogenaamde beconregeling. Op grond van deze regeling had de belanghebbende maximaal elf maanden uitstel voor het indienen van zijn aangifte inkomstenbelasting. Alleen indien de belanghebbende bestrijdt dat uitstel is verleend is termijnverlening voor het vaststellen van de aanslag slechts mogelijk als er een kennisgeving van het verlenen van uitstel is. In dit geval bestond geen onzekerheid over het verlenen van uitstel en was de kennisgeving niet vereist.