
Op grond van de wet is navordering van belasting toegestaan wanneer door een fout in de aanslag te weinig belasting is geheven en de fout voor de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar was. Die kenbaarheid doet zich in ieder geval voor als tenminste 30% te weinig belasting is geheven. De vraag was of ook bij twee elkaar snel opvolgende navorderingsaanslagen sprake kan zijn van een kenbare fout.
Naar aanleiding van een boekenonderzoek wilde de belastingdienst de opgelegde aanslag vennootschapsbelasting van een BV over 2005 op twee punten corrigeren. De eerste correctie betrof de verrekening van het verlies uit 2002; de tweede betrof de winst van 2005. De voorgenomen correcties waren vastgelegd in het controlerapport en besproken met de directie van de BV. Door een interne fout van de belastingdienst werden er twee navorderingsaanslagen opgelegd: een voor de correctie van de verrekening van het verlies uit 2002 en een in verband met de verhoging van de winst over