
Bij de uitgifte van aandelenkapitaal moest tot 1 januari 2006 kapitaalsbelasting betaald worden.
Ter financiering van de inkoop van uitgegeven preferente aandelen gaf een vennootschap in 2005 voor een bedrag van € 250 miljoen aan gewone aandelen uit. Daarnaast verstrekte de vennootschap een obligatielening. De belastingdienst legde een naheffingsaanslag kapitaalsbelasting op in verband met de uitgifte van de aandelen. De vennootschap meende dat geen kapitaalsbelasting verschuldigd was omdat de aandelenemissie het economische potentieel niet versterkte maar noodzakelijk samenhing met de inkoop van preferente aandelen.
Hof Den Bosch stelde vast dat er verband bestond tussen de aandelenemissie en de inkoop. Dat verband nam niet weg dat het eigen vermogen door de uitgifte van aandelen was toegenomen, al was het maar tijdelijk. Om die reden was kapitaalsbelasting verschuldigd. De Hoge Raad onderschrijft het oordeel van het hof.