
Naar aanleiding van een publicatie op de website van de Belastingdienst zijn Kamervragen aan de staatssecretaris van Financiƫn gesteld over de aftrek van uitgaven voor weekendzorg voor gehandicapten. Het gaat om de kosten die een ouder of verzorger maakt voor het verblijf thuis van een gehandicapte, die door de week elders verblijft. Het in aftrek te brengen bedrag wordt forfaitair bepaald. Er geldt geen drempel voor aftrek. Om voor aftrek in aanmerking te komen moeten weekenduitgaven voor gehandicapten drukken op de belastingplichtige. Dit betekent dat de belastingplichtige ouder of verzorger van de gehandicapte de kosten zelf moet dragen en niet kan verhalen op een ander. Een eventuele vergoeding voor de kosten van verblijf of vervoer van de gehandicapte komt in mindering op het aftrekbare bedrag. Daarnaast moeten de uitgaven noodzakelijk zijn of moet de belastingplichtige een dringende morele verplichting ervaren om de uitgaven te doen.
Dat betekent dat de inkomens- en vermogenspositie van de gehandicapte en zijn eventuele partner van belang zijn om te bepalen of de uitgaven voor aftrek in aanmerking komen.