Kamervragen sociale verzekeringspositie van DGA
In de Tweede Kamer zijn vragen gesteld over de sociale verzekeringspositie van directeuren-grootaandeelhouders (DGA’s). De vragen hebben betrekking op het besluit van 29 januari 2007 over de toepassing van de doorbetaald loonregeling en de gevolgen van het einde van de inhoudingsplicht voor de loonbelasting van BV’s met geen andere werknemer dan de DGA. De doorbetaald loonregeling is een praktische regeling voor de situatie dat een werknemer uit hoofde van zijn dienstbetrekking een nevenbetrekking vervult, waarbij de werknemer verplicht is om het loon uit de nevenbetrekking af te staan aan de werkgever. Materieel ontvangt de werknemer alleen loon uit zijn hoofdbetrekking. De belastingheffing en de premieheffing werknemersverzekeringen sluiten daarbij aan. Voorwaarde is dat de premies werknemersverzekeringen over het loon uit de hoofdbetrekking zijn verschuldigd.
De doorbetaald loonregeling kan ook worden toegepast in de situatie waarin een DGA 100% van de aandelen in een holding-BV heeft, welke holding een minderheidsbelang heeft in een werk-BV. De holding-BV verantwoordt het loon van de DGA voor de loonheffing en de werk-BV betaalt de premies werknemersverzekeringen. Het eerdergenoemde besluit maakt het mogelijk dat deze bestaande praktijk in de jaren 2006 en 2007 wordt voortgezet. Per 1 januari 2008 is de holding-BV niet meer inhoudingsplichtig. Toepassing van de doorbetaald loonregeling is dan niet meer mogelijk. Dat kan tot gevolg hebben dat bestaande managementovereenkomsten, arbeidsovereenkomsten en pensioenovereenkomsten moeten worden aangepast. De staatssecretaris heeft een wetswijziging aangekondigd waardoor de doorbetaald loonregeling met ingang van 2008 ook kan worden toegepast in de situatie van een holding-BV met een minderheidsbelang in de werk-BV. De doorbetaald loonregeling kan niet tot gevolg hebben dat heffingsrechten verloren gaan.
In de Tweede Kamer zijn vragen gesteld over de sociale verzekeringspositie van directeuren-grootaandeelhouders (DGA’s). De vragen hebben betrekking op het besluit van 29 januari 2007 over de toepassing van de doorbetaald loonregeling en de gevolgen van het einde van de inhoudingsplicht voor de loonbelasting van BV’s met geen andere werknemer dan de DGA. De doorbetaald loonregeling is een praktische regeling voor de situatie dat een werknemer uit hoofde van zijn dienstbetrekking een nevenbetrekking vervult, waarbij de werknemer verplicht is om het loon uit de nevenbetrekking af te staan aan de werkgever. Materieel ontvangt de werknemer alleen loon uit zijn hoofdbetrekking. De belastingheffing en de premieheffing werknemersverzekeringen sluiten daarbij aan. Voorwaarde is dat de premies werknemersverzekeringen over het loon uit de hoofdbetrekking zijn verschuldigd.
De doorbetaald loonregeling kan ook worden toegepast in de situatie waarin een DGA 100% van de aandelen in een holding-BV heeft, welke holding een minderheidsbelang heeft in een werk-BV. De holding-BV verantwoordt het loon van de DGA voor de loonheffing en de werk-BV betaalt de premies werknemersverzekeringen. Het eerdergenoemde besluit maakt het mogelijk dat deze bestaande praktijk in de jaren 2006 en 2007 wordt voortgezet. Per 1 januari 2008 is de holding-BV niet meer inhoudingsplichtig. Toepassing van de doorbetaald loonregeling is dan niet meer mogelijk. Dat kan tot gevolg hebben dat bestaande managementovereenkomsten, arbeidsovereenkomsten en pensioenovereenkomsten moeten worden aangepast. De staatssecretaris heeft een wetswijziging aangekondigd waardoor de doorbetaald loonregeling met ingang van 2008 ook kan worden toegepast in de situatie van een holding-BV met een minderheidsbelang in de werk-BV. De doorbetaald loonregeling kan niet tot gevolg hebben dat heffingsrechten verloren gaan.