
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft Kamervragen over onduidelijke regels over samenwonen in de AOW beantwoord.
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) informeert mensen over samenwoonregels bij de aanvraag voor de AOW. In de praktijk blijkt dat medewerkers van de SVB op vragen over concrete situaties verschillend reageren. Volgens de wet is sprake van een gezamenlijke huishouding als twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en over en weer zorg dragen voor elkaar. De SVB stelt op basis van objectieve feitelijke omstandigheden in het individuele geval vast of sprake is van een gezamenlijke huishouding. Het adres waar een persoon het merendeel van zijn tijd verblijft, zal doorgaans gelden als hoofdverblijf. Andere factoren kunnen een rol spelen bij de bepaling van het hoofdverblijf, zoals het bewaren van kleding of andere eigendommen op dat adres.
Het verzorgingscriterium kan worden afgeleid uit de mate van financiële verstrengeling, bijvoorbeeld het gezamenlijk doen van bepaalde huishoudelijke uitgaven, een gezamenlijke bankrekening of een machtiging om geld op te nemen van de rekening van de ander. Wat in de ene situatie doorslaggevend is voor een gezamenlijke huishouding, kan in een andere situatie van ondergeschikte betekenis zijn. De feiten en omstandigheden die bepalen of sprake is van financiële verstrengeling zijn divers en niet in één hoofdregel te vatten.
Het verzorgingscriterium kan ook uit andere elementen dan financiële verstrengeling worden afgeleid, zoals gezamenlijk koken en eten. Ook hiervoor geldt dat de feiten en omstandigheden divers zijn en niet in één hoofdregel te vatten.