Kamervragen over verwerking bijleenregeling in aangifte

Er zijn naar aanleiding van een krantenartikel Kamervragen gesteld over de zogenaamde bijleenregeling. De bijleenregeling is het controlethema voor de aangifte inkomstenbelasting 2006. Naast het reguliere aangifteprogramma heeft de belastingdienst een speciaal programma ontwikkeld voor de toepassing van de bijleenregeling. Dat programma roept de vraag op of de regeling niet zo ingewikkeld en onduidelijk is dat deze leidt tot problemen bij de nakoming van fiscale verplichtingen. De staatssecretaris geeft toe dat de bijleenregeling ingewikkeld is. De belastingdienst doet er alles aan om belastingplichtigen voor te lichten over de bijleenregeling en over de wijze waarop de vragen over de bijleenregeling moeten worden ingevuld. De bedoeling van de rekenmodules is om belastingplichtigen zo probleemloos mogelijk door de bijleenregeling heen te leiden. De vaker voorkomende situaties worden behandeld in een rekenmodule in het aangifteprogramma, terwijl er voor bijzondere situaties een aparte rekenmodule op de website van de belastingdienst te vinden is. De vragensteller is van mening dat in de afgelopen jaren tegenstrijdige besluiten zijn genomen over de vraag of financieringskosten wel of geen verwervingskosten zijn. De staatssecretaris deelt die mening niet. Voor toepassing van de bijleenregeling is volgens de staatssecretaris altijd duidelijk geweest dat financieringskosten niet tot de verwervingskosten worden gerekend. In de praktijk is het belangrijk om een juist onderscheid te maken tussen financieringskosten en verwervingskosten. Financieringskosten zijn slechts indirect verbonden aan de verwerving van een eigen woning. Op grond van de systematiek van de Wet IB 2001 zijn financieringskosten (evenals rente) aftrekbaar. Verwervingskosten zijn niet aftrekbaar. Dit onderscheid bestaat al sinds jaar en dag. Rente die betrekking heeft op een lening voor financieringskosten leidt onder de bijleenregeling niet meer tot aftrek. Deze keuze is bij de invoering van de bijleenregeling gemaakt. Verandering hiervan leidt volgens de staatssecretaris niet tot een wezenlijke vereenvoudiging van de aangifte. Verder is gevraagd naar de terugwerkende kracht tot 2004 waarmee een aantal recente besluiten in werking zou zijn getreden. Het betreft enkele begunstigende bepalingen, die terugwerken tot de datum van invoering van de bijleenregeling (1 januari 2004). Verder gaat het om wetsuitleg op basis van wettekst en wetsgeschiedenis. Er is daarbij geen sprake van terugwerkende kracht maar van de bevestiging van een sinds 1 januari 2004 bestaande gedragslijn. De staatssecretaris bestrijdt tenslotte dat sprake is van fiscale discriminatie tussen starters en doorstromers op de hypotheekmarkt. Het gaat naar zijn mening niet om gelijke gevallen die verschillend zouden worden behandeld.
Er zijn naar aanleiding van een krantenartikel Kamervragen gesteld over de zogenaamde bijleenregeling. De bijleenregeling is het controlethema voor de aangifte inkomstenbelasting 2006. Naast het reguliere aangifteprogramma heeft de belastingdienst een speciaal programma ontwikkeld voor de toepassing van de bijleenregeling. Dat programma roept de vraag op of de regeling niet zo ingewikkeld en onduidelijk is dat deze leidt tot problemen bij de nakoming van fiscale verplichtingen. De staatssecretaris geeft toe dat de bijleenregeling ingewikkeld is. De belastingdienst doet er alles aan om belastingplichtigen voor te lichten over de bijleenregeling en over de wijze waarop de vragen over de bijleenregeling moeten worden ingevuld. De bedoeling van de rekenmodules is om belastingplichtigen zo probleemloos mogelijk door de bijleenregeling heen te leiden. De vaker voorkomende situaties worden behandeld in een rekenmodule in het aangifteprogramma, terwijl er voor bijzondere situaties een aparte rekenmodule op de website van de belastingdienst te vinden is.
De vragensteller is van mening dat in de afgelopen jaren tegenstrijdige besluiten zijn genomen over de vraag of financieringskosten wel of geen verwervingskosten zijn. De staatssecretaris deelt die mening niet. Voor toepassing van de bijleenregeling is volgens de staatssecretaris altijd duidelijk geweest dat financieringskosten niet tot de verwervingskosten worden gerekend. In de praktijk is het belangrijk om een juist onderscheid te maken tussen financieringskosten en verwervingskosten. Financieringskosten zijn slechts indirect verbonden aan de verwerving van een eigen woning. Op grond van de systematiek van de Wet IB 2001 zijn financieringskosten (evenals rente) aftrekbaar. Verwervingskosten zijn niet aftrekbaar. Dit onderscheid bestaat al sinds jaar en dag. Rente die betrekking heeft op een lening voor financieringskosten leidt onder de bijleenregeling niet meer tot aftrek. Deze keuze is bij de invoering van de bijleenregeling gemaakt. Verandering hiervan leidt volgens de staatssecretaris niet tot een wezenlijke vereenvoudiging van de aangifte.
Verder is gevraagd naar de terugwerkende kracht tot 2004 waarmee een aantal recente besluiten in werking zou zijn getreden. Het betreft enkele begunstigende bepalingen, die terugwerken tot de datum van invoering van de bijleenregeling (1 januari 2004). Verder gaat het om wetsuitleg op basis van wettekst en wetsgeschiedenis. Er is daarbij geen sprake van terugwerkende kracht maar van de bevestiging van een sinds 1 januari 2004 bestaande gedragslijn.
De staatssecretaris bestrijdt tenslotte dat sprake is van fiscale discriminatie tussen starters en doorstromers op de hypotheekmarkt. Het gaat naar zijn mening niet om gelijke gevallen die verschillend zouden worden behandeld.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u