
De staatssecretaris van Financiën heeft geantwoord op Kamervragen over de belastingdienst.
De vragen hebben ondermeer betrekking op de boete die kan worden opgelegd wegens het te laat doen van aangifte. De vragensteller meende dat de maximale boete voor het niet doen van aangifte per 1 januari 2011 is verhoogd. Dat is niet het geval. De maximale verzuimboete is al in 2010 verhoogd van € 1.134 naar € 4.920. Voor een eerste verzuim bij de aangifte Inkomstenbelasting is de boete niet verhoogd; voor een tweede verzuim is de boete wel verhoogd van € 226 naar € 984. Voor de vennootschapsbelasting is de standaardboete bij een eerste verzuim verhoogd van € 567 naar € 2.460.
Een andere vraag heeft betrekking op de terugbetaling van ten onrechte aangevraagde en verkregen voorlopige teruggave inkomstenbelasting. Wanneer de belanghebbende niet in staat is het teruggevorderde bedrag binnen de wettelijke termijn te betalen, kan hem een betalingsregeling worden toegestaan met een looptijd van ten hoogste twaalf maanden. Alleen onder bijzondere omstandigheden is een langere termijn dan twaalf maanden mogelijk.
Daarnaast is gevraagd naar de heffing van inkomstenbelasting in box 3. De staatssecretaris onderkent dat er een verschil bestaat tussen het forfaitaire rendement op vermogensbestanddelen in box 3 en de huidige spaarrente. Het rendement op andere vermogensbestanddelen kan echter hoger zijn dan de spaarrente. Voor kleine spaarders geldt dat door de werking van de vrijstelling in box 3 het rendement op een relatief groot gedeelte van hun vermogen onbelast blijft. Het forfaitaire rendement over het totale vermogen komt in die gevallen lager uit dan 4%.
De staatssecretaris is van mening dat belastingplichtigen door de vooringevulde aangifte geen aftrekposten mislopen. De vragensteller had gesuggereerd dat de indeling van de aangifte was gewijzigd. Volgens de staatssecretaris is dit niet het geval.