
In verband met de voorgenomen invoering van de kilometerheffing daalt het basistarief van de BPM ieder jaar. Tegelijkertijd vindt een ombouw plaats van de BPM naar een heffing op basis van de CO2-uitstoot. Naar aanleiding van een publicatie van het CBS waarin is opgemerkt dat de wijzigingen in de BPM niet hebben geleid tot een daling van de belastingdruk op nieuwe auto’s zijn vragen gesteld in de Tweede Kamer aan de minister van Financien. De minister heeft geantwoord dat de ombouw van de BPM op macroniveau lastenneutraal gebeurt. De ombouw leidt dus niet tot een algemene daling of stijging van de catalogusprijs. Wel kunnen prijswijzigingen optreden afhankelijk van de CO2-uitstoot van de auto. Zuinige auto’s zullen dalen in prijs en minder zuinige auto’s zullen in prijs stijgen.
De verlaging van de BPM in verband met de invoering van de kilometerprijs kan een bescheiden effect hebben op de prijs van een nieuwe auto. Dat effect wordt teniet gedaan door de inflatie. De minister gaat er van uit dat pas na een aantal jaren zichtbaar wordt in hoeverre de verlaging van de BPM invloed heeft gehad op de consumentenprijs.