Kabinet vraagt advies over arbeidsovereenkomst
Het kabinet is van mening dat de wetgeving op het gebied van de arbeidsovereenkomst gewijzigd moet worden ter verbetering van de arbeidsparticipatie. De voorstellen van het kabinet bevatten een verplichting tot scholing, een vereenvoudiging van de ontslagregeling en maximering van de ontslagvergoeding en een betere bescherming van mensen met een tijdelijk arbeidscontract. Aan de sociale partners is gevraagd om voor 1 september a.s. advies te geven.
Het kabinet wil dat de werkgever de arbeidsovereenkomst kan beëindigen zonder eerst naar de rechter te hoeven. De werkgever is dan verplicht om een ontslagvergoeding te betalen. Bij een ontslag om bedrijfseconomische redenen is de werkgever niet verplicht om een vergoeding te betalen, als het ontslag vooraf is getoetst door het CWI. Uiteraard kan bij collectief ontslag een sociaal plan worden opgesteld waarin vergoedingen zijn opgenomen.
Het kabinet wil de hoogte van de wettelijke ontslagvergoeding stellen op een maandsalaris per dienstjaar. Voor oudere werknemers tellen de dienstjaren tussen 40 en 50 jaar anderhalf keer en vanaf 50 jaar twee keer mee bij de berekening van de ontslagvergoeding. De ontslagvergoeding bedraagt maximaal € 75.000 of eenmaal het hogere jaarinkomen. Voor oudere werknemers met een jaarsalaris van minder dan € 75.000 is de maximale ontslagvergoeding € 100.000.
De rechtspositie van tijdelijke werknemers wordt verbeterd door na drie jaar of bij het vierde contract altijd een vast contract te laten ontstaan. Als een werknemer langer dan drie jaar op een tijdelijk contract in dienst is, moet de werkgever na afloop van het contract een “ontslag”vergoeding betalen over de jaren na het derde dienstjaar.
Het kabinet is van mening dat de wetgeving op het gebied van de arbeidsovereenkomst gewijzigd moet worden ter verbetering van de arbeidsparticipatie. De voorstellen van het kabinet bevatten een verplichting tot scholing, een vereenvoudiging van de ontslagregeling en maximering van de ontslagvergoeding en een betere bescherming van mensen met een tijdelijk arbeidscontract. Aan de sociale partners is gevraagd om voor 1 september a.s. advies te geven.
Het kabinet wil dat de werkgever de arbeidsovereenkomst kan beëindigen zonder eerst naar de rechter te hoeven. De werkgever is dan verplicht om een ontslagvergoeding te betalen. Bij een ontslag om bedrijfseconomische redenen is de werkgever niet verplicht om een vergoeding te betalen, als het ontslag vooraf is getoetst door het CWI. Uiteraard kan bij collectief ontslag een sociaal plan worden opgesteld waarin vergoedingen zijn opgenomen.
Het kabinet wil de hoogte van de wettelijke ontslagvergoeding stellen op een maandsalaris per dienstjaar. Voor oudere werknemers tellen de dienstjaren tussen 40 en 50 jaar anderhalf keer en vanaf 50 jaar twee keer mee bij de berekening van de ontslagvergoeding. De ontslagvergoeding bedraagt maximaal € 75.000 of eenmaal het hogere jaarinkomen. Voor oudere werknemers met een jaarsalaris van minder dan € 75.000 is de maximale ontslagvergoeding € 100.000.
De rechtspositie van tijdelijke werknemers wordt verbeterd door na drie jaar of bij het vierde contract altijd een vast contract te laten ontstaan. Als een werknemer langer dan drie jaar op een tijdelijk contract in dienst is, moet de werkgever na afloop van het contract een “ontslag”vergoeding betalen over de jaren na het derde dienstjaar.