
Internationale luchthavens kennen een zogenaamde groene doorgang in hun aankomsthal. Deze doorgang is bestemd voor reizigers die niets aan te geven hebben. Het gebruik van deze doorgang door een reiziger die in zijn bagage goederen heeft die moeten worden aangegeven geldt als het op onregelmatige wijze binnenbrengen van goederen. Daarvoor is niet vereist dat iemand deze doorgang ook weer is uitgelopen. Voldoende is dat de reiziger deze zone is binnengelopen of de groene streep is gepasseerd.
Tot dat oordeel kwam de Hoge Raad in een procedure van iemand die met een kunstwerk in zijn bagage gebruik maakte van de groene doorgang. De douane was getipt over het kunstwerk door de douane in het land van vertrek van de reiziger. Direct na het betreden van de groene doorgang is de reiziger aangesproken door een douaneambtenaar met de vraag of hij iets had aan te geven. De reiziger beantwoordde deze vraag ontkennend, waarna de douaneambtenaar zijn bagage doorzocht. De belastingdienst stelde zich op het standpunt dat het kunstwerk was ingevoerd en hief omzetbelasting wegens invoer.