
Bij de verkrijging van een onroerende zaak moet de verkrijger overdrachtsbelasting betalen. De overdrachtsbelasting is 6% van de waarde van de onroerende zaak. Vindt de verkrijging plaats binnen zes maanden na een eerdere verkrijging van de onroerende zaak dan hoeft slechts over een gedeelte van de waarde overdrachtsbelasting te worden betaald. De vaststelling van het tijdstip van de tweede verkrijging kan daarbij van groot belang zijn. De Wet bepaalt dat, wanneer voor de verkrijging van een onroerende zaak de inschrijving van een akte in een openbaar register vereist is, de verkrijging plaatsvindt op het tijdstip waarop de akte wordt opgemaakt.
Een verkrijging onder opschortende voorwaarde komt echter pas tot stand op het tijdstip waarop de voorwaarde wordt vervuld.
Hof Amsterdam was van oordeel dat een akte van levering die een ontbindende voorwaarde bevatte, feitelijk een opschortende voorwaarde bevatte. De voorwaarde had betrekking op het tijdstip waarop de koopsom moest zijn betaald. Na betaling zou een akte van kwijting worden opgemaakt. Volgens het hof kon de akte van levering pas worden ingeschreven nadat er een akte van kwijting was opgemaakt. Hoewel de akte van levering binnen zes maanden na een eerdere verkrijging was opgemaakt, kon de combinatie van de akte van levering en de akte van kwijting pas zeven maanden na die eerdere verkrijging worden ingeschreven. Volgens het hof vond de verkrijging plaats nadat de zesmaandstermijn was verstreken en was de korting op de overdrachtsbelasting niet van toepassing.
De Hoge Raad deelt de opvatting van het hof niet. De wet stelt geen eisen aan het tijdstip waarop of de voorwaarden waaronder een akte van levering wordt ingeschreven in de openbare registers. Vereist is slechts dat de akte geschikt is om, indien zij wordt ingeschreven, de eigendom te doen overgaan. De door het hof genoemde omstandigheden leiden er niet toe dat in dit geval sprake was van een opschortende voorwaarde. De akte van levering bevatte gelet op haar bewoordingen, een ontbindende voorwaarde. Niet duidelijk was volgens de Hoge Raad waarom de akte onder de ontbindende voorwaarde niet direct de rechtsgevolgen van een akte van levering had.