Invloed latere verkoop op WEVAB

De waardeverandering van landbouwgrond, inclusief de ondergrond van gebouwen, vormt geen onderdeel van de winst van een landbouwbedrijf, voor zover deze waardeverandering is ontstaan door de ontwikkeling van de waarde in het economische verkeer bij voortgezet agrarisch gebruik (WEVAB). De uitwerking van de landbouwvrijstelling heeft al tot veel discussie tussen landbouwers en belastingdienst geleid. In een aantal arresten uit 2004 heeft de Hoge Raad gezegd dat de ondergrond van een bedrijfswoning op het moment van de bouw van de woning is onttrokken aan het agrarisch gebruik. Een latere aangroei van de waarde van de grond valt niet onder de landbouwvrijstelling. De staatssecretaris van Financiën heeft naar aanleiding van deze arresten goedkeurend beleid geformuleerd in een besluit. Dat beleid had ondermeer betrekking op de bij de invoering van de Wet IB 2001 en de wijziging van de landbouwvrijstelling per 27 juni 2000 bestaande mogelijkheid om een tot het ondernemingsvermogen behorende woning naar het privévermogen over te hevelen. Voor de toepassing van de landbouwvrijstelling werd rekening gehouden met de zogenaamde WEVAB-ondergrond per 27 juni 2000. Als gevolg van de eerder genoemde arresten heeft de staatssecretaris agrarische ondernemers de mogelijkheid gegeven alsnog de bedrijfswoning te heretiketteren onder dezelfde voorwaarden per 31 december 2005. De landbouwvrijstelling kon worden toegepast op het verschil tussen de boekwaarde van de ondergrond en de (fictieve) WEVAB-ondergrond van de woning per 31 december 2005. De vraag in een procedure voor Hof Amsterdam was of dit beleid kon worden toegepast door een landbouwer die zijn woning met ondergrond had verkocht aan een projectontwikkelaar. Deze projectontwikkelaar verkocht de woning met ondergrond vervolgens tegen een hogere prijs door aan een agrarische ondernemer. De landbouwer zag daarin aanleiding om de gehele door hem behaalde winst op de ondergrond van de woning onder de landbouwvrijstelling te brengen. De inspecteur had in dit geval de landbouwvrijstelling in overeenstemming met het beleid van de staatssecretaris toegepast op het verschil tussen de (fictieve) WEVAB van de ondergrond van de woning en de boekwaarde per verkoopdatum. Volgens Hof Amsterdam had de inspecteur daarbij de WEVAB van de ondergrond van de woning niet te laag vastgesteld. De latere verkoop tegen een hogere prijs heeft hierop geen invloed.
De waardeverandering van landbouwgrond, inclusief de ondergrond van gebouwen, vormt geen onderdeel van de winst van een landbouwbedrijf, voor zover deze waardeverandering is ontstaan door de ontwikkeling van de waarde in het economische verkeer bij voortgezet agrarisch gebruik (WEVAB). De uitwerking van de landbouwvrijstelling heeft al tot veel discussie tussen landbouwers en belastingdienst geleid. In een aantal arresten uit 2004 heeft de Hoge Raad gezegd dat de ondergrond van een bedrijfswoning op het moment van de bouw van de woning is onttrokken aan het agrarisch gebruik. Een latere aangroei van de waarde van de grond valt niet onder de landbouwvrijstelling. De staatssecretaris van Financiën heeft naar aanleiding van deze arresten goedkeurend beleid geformuleerd in een besluit. Dat beleid had ondermeer betrekking op de bij de invoering van de Wet IB 2001 en de wijziging van de landbouwvrijstelling per 27 juni 2000 bestaande mogelijkheid om een tot het ondernemingsvermogen behorende woning naar het privévermogen over te hevelen. Voor de toepassing van de landbouwvrijstelling werd rekening gehouden met de zogenaamde WEVAB-ondergrond per 27 juni 2000. Als gevolg van de eerder genoemde arresten heeft de staatssecretaris agrarische ondernemers de mogelijkheid gegeven alsnog de bedrijfswoning te heretiketteren onder dezelfde voorwaarden per 31 december 2005. De landbouwvrijstelling kon worden toegepast op het verschil tussen de boekwaarde van de ondergrond en de (fictieve) WEVAB-ondergrond van de woning per 31 december 2005.
De vraag in een procedure voor Hof Amsterdam was of dit beleid kon worden toegepast door een landbouwer die zijn woning met ondergrond had verkocht aan een projectontwikkelaar. Deze projectontwikkelaar verkocht de woning met ondergrond vervolgens tegen een hogere prijs door aan een agrarische ondernemer. De landbouwer zag daarin aanleiding om de gehele door hem behaalde winst op de ondergrond van de woning onder de landbouwvrijstelling te brengen.
De inspecteur had in dit geval de landbouwvrijstelling in overeenstemming met het beleid van de staatssecretaris toegepast op het verschil tussen de (fictieve) WEVAB van de ondergrond van de woning en de boekwaarde per verkoopdatum. Volgens Hof Amsterdam had de inspecteur daarbij de WEVAB van de ondergrond van de woning niet te laag vastgesteld. De latere verkoop tegen een hogere prijs heeft hierop geen invloed.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u