Invloed btw op gecorrigeerde vervangingswaarde
De WOZ-waarde van een onroerende zaak is gelijk aan de waarde in het economische verkeer van de zaak. Wanneer de onroerende zaak geen woning is moet de WOZ-waarde op de gecorrigeerde vervangingswaarde worden gesteld als deze hoger is dan de waarde in het economische verkeer. Dit geldt ongeacht of de zaak courant of incourant is en ongeacht of de zaak al dan niet bruikbaar is voor commerciële doeleinden. Bij de bepaling van de gecorrigeerde vervangingswaarde moet rekening worden gehouden met omstandigheden die de (toevallige) eigenaar betreffen, bijvoorbeeld of de eigenaar de omzetbelasting over de vervangingskosten in aftrek kan brengen. Volgens de Hoge Raad heeft de wetgever doelbewust een subjectief element in de wet opgenomen, met als gevolg dat de waarde voor de eigenaar zelf wordt vastgesteld met de gecorrigeerde vervangingswaarde. De Hoge Raad wees het betoog van de eigenaar dat de gecorrigeerde vervangingswaarde moest worden bepaald zonder rekening te houden met de op hem drukkende omzetbelasting af.
In een van de procedures had het Hof in het midden gelaten welke waarderingsmethode het had toegepast. Toch bleef de uitspraak in stand. De waarde in het economische verkeer van de onroerende zaak bedroeg volgens de uitspraak ƒ 219.750.000 exclusief btw. De gecorrigeerde vervangingswaarde van de onroerende zaak was volgens de Hoge Raad dit bedrag vermeerderd met btw, derhalve ƒ 256.800.000. Omdat de gecorrigeerde vervangingswaarde van de onroerende zaak hoger was dan de waarde in het economische verkeer, was de WOZ-waarde gelijk aan de gecorrigeerde vervangingswaarde en dus door het Hof terecht op ƒ 256.800.000 gesteld.
In een andere procedure oordeelde het Hof dat de gecorrigeerde vervangingswaarde van een courant object niet kan afwijken van de waarde in het economische verkeer. Volgens de Hoge Raad zijn daarop uitzonderingen mogelijk, bijvoorbeeld in verband met subjectieve omstandigheden die de eigenaar van de onroerende zaak betreffen. De Hoge Raad verwees deze procedure naar een ander Hof voor de vaststelling van de gecorrigeerde vervangingswaarde.
De WOZ-waarde van een onroerende zaak is gelijk aan de waarde in het economische verkeer van de zaak. Wanneer de onroerende zaak geen woning is moet de WOZ-waarde op de gecorrigeerde vervangingswaarde worden gesteld als deze hoger is dan de waarde in het economische verkeer. Dit geldt ongeacht of de zaak courant of incourant is en ongeacht of de zaak al dan niet bruikbaar is voor commerciële doeleinden. Bij de bepaling van de gecorrigeerde vervangingswaarde moet rekening worden gehouden met omstandigheden die de (toevallige) eigenaar betreffen, bijvoorbeeld of de eigenaar de omzetbelasting over de vervangingskosten in aftrek kan brengen. Volgens de Hoge Raad heeft de wetgever doelbewust een subjectief element in de wet opgenomen, met als gevolg dat de waarde voor de eigenaar zelf wordt vastgesteld met de gecorrigeerde vervangingswaarde. De Hoge Raad wees het betoog van de eigenaar dat de gecorrigeerde vervangingswaarde moest worden bepaald zonder rekening te houden met de op hem drukkende omzetbelasting af.
In een van de procedures had het Hof in het midden gelaten welke waarderingsmethode het had toegepast. Toch bleef de uitspraak in stand. De waarde in het economische verkeer van de onroerende zaak bedroeg volgens de uitspraak ƒ 219.750.000 exclusief btw. De gecorrigeerde vervangingswaarde van de onroerende zaak was volgens de Hoge Raad dit bedrag vermeerderd met btw, derhalve ƒ 256.800.000. Omdat de gecorrigeerde vervangingswaarde van de onroerende zaak hoger was dan de waarde in het economische verkeer, was de WOZ-waarde gelijk aan de gecorrigeerde vervangingswaarde en dus door het Hof terecht op ƒ 256.800.000 gesteld.
In een andere procedure oordeelde het Hof dat de gecorrigeerde vervangingswaarde van een courant object niet kan afwijken van de waarde in het economische verkeer. Volgens de Hoge Raad zijn daarop uitzonderingen mogelijk, bijvoorbeeld in verband met subjectieve omstandigheden die de eigenaar van de onroerende zaak betreffen. De Hoge Raad verwees deze procedure naar een ander Hof voor de vaststelling van de gecorrigeerde vervangingswaarde.