
De staatssecretaris heeft het beroep in cassatie tegen een uitspraak van Hof Den Bosch waarin het Hof, ondanks dat niet voldaan was aan de wettelijke voorschriften, toch energiepremie toekende aan de belanghebbende. Het Hof vond van belang dat de investeringen in energiebesparende apparatuur en maatregelen waren aangegaan voordat de intrekking van de oude regeling bekend was gemaakt en voordat de nieuwe regeling bekend was geworden. In een besluit had de staatssecretaris een overgangsregeling getroffen. Deze regeling kende een einddatum en was daardoor niet van toepassing in de door het Hof berechte casus. Het Hof meende echter dat het de einddatum terzijde kon stellen in gevallen waarin die datum tot een onredelijk resultaat leidde. Met die uitleg is de staatssecretaris het niet eens. Naar zijn mening berust deze uitleg op een onjuiste rechtsopvatting.
De staatssecretaris heeft desondanks het beroep in cassatie ingetrokken, omdat hij het bestaande beleid heeft aangepast. Onder bepaalde voorwaarden keurt de staatssecretaris met toepassing van de hardheidsclausule goed dat de inspecteur alsnog de in 2002 geldende energiepremieregeling toepast. Dat beleid wordt in een nieuw besluit vastgelegd.