Integratieheffing verschuldigd bij ingrijpende verbouwing praktijk
Volgens de wet op de omzetbelasting is sprake van een levering wanneer een ondernemer die vrijgestelde prestaties verricht in eigen bedrijf goederen maakt die hij gebruikt voor de bedrijfsuitoefening. Ook het maken van goederen in opdracht van een ondernemer die vrijgestelde prestaties verricht onder terbeschikkingstelling van goederen door deze ondernemer vormt een levering. Het laten bouwen van een bedrijfspand op eigen grond is een voorbeeld van deze laatste vorm van levering. Gevolg is dat er omzetbelasting moet worden afgedragen. Dat overkwam een huisartsenmaatschap. De maten, een echtpaar, kochten een woonhuis met een aangebouwd praktijkgedeelte. De aankoopsom van het praktijkgedeelte bedroeg € 128.000, gesplitst in € 59.000 voor de ondergrond en € 69.000 voor de opstal. De maten lieten het praktijkgedeelte na de aankoop verbouwen voor een bedrag van € 163.000.Een gedeelte van de bestaande opstal werd gesloopt. Het restant werd intern gewijzigd en verbouwd en er werd een aanbouw met verdieping en een nieuwe ingang gerealiseerd. Volgens Hof Arnhem was het praktijkgedeelte bouwtechnisch een zelfstandige en van het woongedeelte te onderscheiden onroerende zaak. Het praktijkgedeelte was onderdeel van het ondernemingsvermogen van de maatschap. De verbouwing van het praktijkgedeelte was volgens het Hof zo ingrijpend geweest dat er een nieuwe onroerende zaak was ontstaan. Op grond van dat oordeel had de inspecteur terecht een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd.
Volgens de wet op de omzetbelasting is sprake van een levering wanneer een ondernemer die vrijgestelde prestaties verricht in eigen bedrijf goederen maakt die hij gebruikt voor de bedrijfsuitoefening. Ook het maken van goederen in opdracht van een ondernemer die vrijgestelde prestaties verricht onder terbeschikkingstelling van goederen door deze ondernemer vormt een levering. Het laten bouwen van een bedrijfspand op eigen grond is een voorbeeld van deze laatste vorm van levering. Gevolg is dat er omzetbelasting moet worden afgedragen. Dat overkwam een huisartsenmaatschap. De maten, een echtpaar, kochten een woonhuis met een aangebouwd praktijkgedeelte. De aankoopsom van het praktijkgedeelte bedroeg € 128.000, gesplitst in € 59.000 voor de ondergrond en € 69.000 voor de opstal. De maten lieten het praktijkgedeelte na de aankoop verbouwen voor een bedrag van € 163.000.Een gedeelte van de bestaande opstal werd gesloopt. Het restant werd intern gewijzigd en verbouwd en er werd een aanbouw met verdieping en een nieuwe ingang gerealiseerd. Volgens Hof Arnhem was het praktijkgedeelte bouwtechnisch een zelfstandige en van het woongedeelte te onderscheiden onroerende zaak. Het praktijkgedeelte was onderdeel van het ondernemingsvermogen van de maatschap. De verbouwing van het praktijkgedeelte was volgens het Hof zo ingrijpend geweest dat er een nieuwe onroerende zaak was ontstaan. Op grond van dat oordeel had de inspecteur terecht een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd.