Integratieheffing ook van toepassing bij door besluit vrijgestelde prestaties
Een laboratorium verrichtte onderzoek naar ziekten, die de volksgezondheid bedreigen en naar de behandeling van zieke mensen. Het laboratorium maakte gebruik van zelf vervaardigde voedings- en kweekbodems. Omdat het laboratorium vrijgestelde prestaties verrichtte voor de omzetbelasting, was de belastingdienst van mening dat omzetbelasting moest worden berekend over de waarde van de kweekbodems. Het in eigen beheer vervaardigen van goederen door een vrijgestelde ondernemer is volgens de wet gelijk aan een levering, waarop de zogenaamde integratieheffing van toepassing is. Hof Arnhem was van oordeel dat de vervaardiging van de kweekbodems niet leidde tot heffing van omzetbelasting, omdat de prestaties van het laboratorium niet op grond van de wet waren vrijgesteld van belasting. De vrijstelling volgde uit een besluit van de staatssecretaris. Dat besluit bood volgens het Hof niet de mogelijkheid om de integratieheffing toe te passen. Volgens de Hoge Raad was dat oordeel niet juist. De vrijstelling op grond van het besluit hield in, dat een laboratorium geen recht had op aftrek van voorbelasting. In een dergelijk geval is de integratieheffing van toepassing op in eigen bedrijf vervaardigde goederen. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het Hof en stelde de naheffingsaanslag vast op een bedrag, dat op zich voor het Hof geen punt van geschil vormde.
Een laboratorium verrichtte onderzoek naar ziekten, die de volksgezondheid bedreigen en naar de behandeling van zieke mensen. Het laboratorium maakte gebruik van zelf vervaardigde voedings- en kweekbodems. Omdat het laboratorium vrijgestelde prestaties verrichtte voor de omzetbelasting, was de belastingdienst van mening dat omzetbelasting moest worden berekend over de waarde van de kweekbodems. Het in eigen beheer vervaardigen van goederen door een vrijgestelde ondernemer is volgens de wet gelijk aan een levering, waarop de zogenaamde integratieheffing van toepassing is. Hof Arnhem was van oordeel dat de vervaardiging van de kweekbodems niet leidde tot heffing van omzetbelasting, omdat de prestaties van het laboratorium niet op grond van de wet waren vrijgesteld van belasting. De vrijstelling volgde uit een besluit van de staatssecretaris. Dat besluit bood volgens het Hof niet de mogelijkheid om de integratieheffing toe te passen. Volgens de Hoge Raad was dat oordeel niet juist. De vrijstelling op grond van het besluit hield in, dat een laboratorium geen recht had op aftrek van voorbelasting. In een dergelijk geval is de integratieheffing van toepassing op in eigen bedrijf vervaardigde goederen. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het Hof en stelde de naheffingsaanslag vast op een bedrag, dat op zich voor het Hof geen punt van geschil vormde.