
Een ondernemer kocht een bestaand pand voor een bedrag van € 500.000. De koopsom kon worden gesplitst in € 300.000 voor het naast het pand gelegen gedeelte van de grond, € 120.000 voor de benedenverdieping inclusief ondergrond en € 80.000 voor de bovenverdieping van het pand inclusief de waarde van de daaraan toegerekende ondergrond. Vervolgens liet de ondernemer het pand voor € 400.000 verbouwen. De benedenverdieping werd verbouwd tot restaurant. De bovenverdieping werd verbouwd tot 4 appartementen. Het restaurant werd belast verhuurd; de appartementen werden vrijgesteld verhuurd aan particulieren. De verbouwing was dermate ingrijpend dat daardoor een nieuwe onroerende zaak was ontstaan. De voordruk op de verbouwing van het pand werd gesplitst in een gedeelte voor de benedenverdieping en in een gedeelte voor de appartementen. Alleen het eerste deel werd in aftrek gebracht.
De inspecteur vond dat de ondernemer een interne levering had verricht. Terzake van deze interne levering was de ondernemer een bedrag van € 12.923 aan omzetbelasting verschuldigd. In de Wet OB wordt het vervaardigen van zaken in opdracht onder terbeschikkingstelling van stoffen door de opdrachtgever gelijkgesteld met het in eigen bedrijf vervaardigen van goederen. De ondernemer vond dat deze gelijkstelling in strijd is met de Zesde EG-richtlijn. Naar zijn mening is de zogeheten integratieheffing in strijd met doel en strekking van de omzetbelasting. De integratieheffing kan namelijk leiden tot cumulatie van omzetbelasting wanneer in het verleden op de grond omzetbelasting heeft gedrukt. De bedoeling van de integratieheffing is in bepaalde gevallen te voorkomen dat op een goed ten onrechte geen omzetbelasting rust.
Anders dan Hof Den Haag in twee uitspraken uit 2006 vond Hof Den Bosch de gelijkstelling niet in strijd met de Zesde richtlijn. Hof Den Bosch verwees daartoe naar een tweetal conclusies van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad. Hof Den Bosch wees ook de opvatting dat de integratieheffing in strijd zou zijn met doel en strekking van de wet af omdat de Zesde richtlijn, en in haar voetspoor de Wet OB, cumulatie van omzetbelasting wil voorkomen maar geen sluitend stelsel omvat dat cumulatie verhindert. Het hof wees het hoger beroep tegen de naheffingsaanslag af.