Inspecteur moet wegens schending hoorplicht opnieuw uitspraak op bezwaar doen

Belanghebbenden hebben het recht om kennis te nemen van alle stukken die aan een aanslag ten grondslag liggen. In een bezwaarprocedure deed de belanghebbende een beroep op dat recht. Verder verzocht hij de inspecteur om een hoorzitting voor de uitspraak op het bezwaar. De inspecteur zegde toe de stukken waarover de belanghebbende nog niet beschikte aan hem toe te sturen. De belanghebbende vroeg aan de inspecteur om schriftelijk te bevestigen dat hij alle op de zaak betrekking hebbende stukken had ontvangen en dat de inspecteur zich in het vervolg van de bezwaar- en/of beroepsprocedure niet op andere of nieuwe bescheiden zou beroepen. De inspecteur deelde mee dat de overgelegde stukken niet volledig waren. In verband met een lopend strafrechtelijk onderzoek tegen de belanghebbende beriep de inspecteur zich op zijn geheimhoudingsplicht in verband met een lopend strafrechtelijk onderzoek tegen de belanghebbende. De belanghebbende vond een hoorzitting niet zinvol zolang hij niet alle stukken ter inzage had ontvangen. Nadat de inspecteur had begrepen dat het strafrechtelijk onderzoek was beëindigd stuurde hij alsnog een aantal stukken toe. Vervolgens deed hij zonder de belanghebbende te hebben gehoord uitspraak op bezwaar. Volgens Hof Den Bosch kon in het midden blijven of de inspecteur zich aanvankelijk terecht op de geheimhoudingsplicht had beroepen. Op dat moment had de inspecteur geen gewichtige redenen voor geheimhouding meer. Gelet op het verzoek van de belanghebbende om te worden gehoord had de inspecteur geen uitspraak mogen doen op het bezwaarschrift zonder de belanghebbende uit te nodigen voor een hoorzitting. Volgens de inspecteur behoefden op de zaak betrekking hebbende stukken waarover de belanghebbende zelf al beschikte, zoals fotokopieën uit diens administratie, niet ter inzage te worden verstrekt. Volgens het Hof was dat standpunt niet juist, omdat de wet voorschrijft dat het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage worden verstrekt. Omdat er over de van belang zijnde feiten en de waardering daarvan tussen de inspecteur en de belanghebbende nog altijd verschil van mening bestond, honoreerde het Hof het verzoek van de belanghebbende om terugwijzing. De inspecteur moest nogmaals uitspraak op bezwaar doen, na de belanghebbende te hebben gehoord.
Belanghebbenden hebben het recht om kennis te nemen van alle stukken die aan een aanslag ten grondslag liggen. In een bezwaarprocedure deed de belanghebbende een beroep op dat recht. Verder verzocht hij de inspecteur om een hoorzitting voor de uitspraak op het bezwaar. De inspecteur zegde toe de stukken waarover de belanghebbende nog niet beschikte aan hem toe te sturen. De belanghebbende vroeg aan de inspecteur om schriftelijk te bevestigen dat hij alle op de zaak betrekking hebbende stukken had ontvangen en dat de inspecteur zich in het vervolg van de bezwaar- en/of beroepsprocedure niet op andere of nieuwe bescheiden zou beroepen. De inspecteur deelde mee dat de overgelegde stukken niet volledig waren. In verband met een lopend strafrechtelijk onderzoek tegen de belanghebbende beriep de inspecteur zich op zijn geheimhoudingsplicht in verband met een lopend strafrechtelijk onderzoek tegen de belanghebbende. De belanghebbende vond een hoorzitting niet zinvol zolang hij niet alle stukken ter inzage had ontvangen. Nadat de inspecteur had begrepen dat het strafrechtelijk onderzoek was beëindigd stuurde hij alsnog een aantal stukken toe. Vervolgens deed hij zonder de belanghebbende te hebben gehoord uitspraak op bezwaar. Volgens Hof Den Bosch kon in het midden blijven of de inspecteur zich aanvankelijk terecht op de geheimhoudingsplicht had beroepen. Op dat moment had de inspecteur geen gewichtige redenen voor geheimhouding meer. Gelet op het verzoek van de belanghebbende om te worden gehoord had de inspecteur geen uitspraak mogen doen op het bezwaarschrift zonder de belanghebbende uit te nodigen voor een hoorzitting. Volgens de inspecteur behoefden op de zaak betrekking hebbende stukken waarover de belanghebbende zelf al beschikte, zoals fotokopieën uit diens administratie, niet ter inzage te worden verstrekt. Volgens het Hof was dat standpunt niet juist, omdat de wet voorschrijft dat het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage worden verstrekt. Omdat er over de van belang zijnde feiten en de waardering daarvan tussen de inspecteur en de belanghebbende nog altijd verschil van mening bestond, honoreerde het Hof het verzoek van de belanghebbende om terugwijzing. De inspecteur moest nogmaals uitspraak op bezwaar doen, na de belanghebbende te hebben gehoord.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u