Inspecteur moet draaiboek en nieuwsbrieven overleggen in KB-Luxzaak
De Belastingdienst is naar aanleiding van informatie over door inwoners van Nederland in Luxemburg aangehouden spaartegoeden een grootscheepse actie begonnen om de spaartegoeden en ontvangen rentebedragen alsnog in de belastingheffing te betrekken. In het kader van deze actie is door de Belastingdienst een draaiboek ontwikkeld en zijn interne nieuwsbrieven verschenen, waarin de aanpak van de actie is beschreven. Een deel van het draaiboek en de nieuwsbrieven is openbaar gemaakt.
In een procedure over in het kader van deze actie aan hem opgelegde navorderingsaanslagen vroeg de belanghebbende aan Hof Amsterdam om inzage in de niet-openbare passages van het draaiboek en de nieuwsbrieven. Volgens het Hof behoorden het draaiboek en de nieuwsbrieven tot de op de zaak betrekking hebbende stukken. Die stukken bevatten beleid en feitelijke informatie waarop de inspecteur zich bij de aanslagregeling en de verdere behandeling van de zaak heeft gebaseerd. Dergelijke stukken moeten volgens de wet tegelijk met het verweerschrift bij het Hof worden ingediend. De inspecteur weigerde een deel van de stukken in te brengen. Op het beginsel dat de inspecteur alle relevante stukken moet inbrengen zijn maar weinig uitzonderingen. Er moet naar het oordeel van de rechter sprake zijn van gewichtige redenen om stukken niet in te brengen. Het Hof droeg de inspecteur op om de belanghebbende een kopie toe te zenden van het draaiboek en de nieuwsbrieven na verwijdering van de door het Hof aangegeven passages die geheim gehouden mochten worden.
Ook de geheimhoudingskamer van de rechtbank Breda heeft kennis genomen van de volledige en ongeschoonde versie van het draaiboek en de nieuwsbrieven en heeft deze in hun geheel als op de zaak betrekking hebbende stukken aangemerkt. Volgens de rechtbank is het niet mogelijk om een stuk slechts voor een deel als zodanig aan te merken. Dat houdt echter niet in dat deze stukken ook zonder dat daarin delen onleesbaar zijn gemaakt of dat daarin namen zijn geanonimiseerd aan de wederpartij ter hand moeten worden gesteld. Het belang van de inspecteur bij geheimhouding kan groter zijn dan het belang van de wederpartij bij openbaarheid. Die belangenafweging ligt bij de rechter. De rechtbank heeft bij de vraag met betrekking tot welke passages uit het draaiboek en de nieuwsbrieven de inspecteur zich terecht beroept op geheimhouding rekening gehouden met het standpunt van de wederpartij dat hij ten onrechte als rekeninghouder is aangemerkt. De gedeelten uit het draaiboek en de nieuwsbrieven die geheim mogen blijven bevatten geen informatie over de wijze waarop de wederpartij door de Belastingdienst als rekeninghouder is geïdentificeerd.
De Belastingdienst is naar aanleiding van informatie over door inwoners van Nederland in Luxemburg aangehouden spaartegoeden een grootscheepse actie begonnen om de spaartegoeden en ontvangen rentebedragen alsnog in de belastingheffing te betrekken. In het kader van deze actie is door de Belastingdienst een draaiboek ontwikkeld en zijn interne nieuwsbrieven verschenen, waarin de aanpak van de actie is beschreven. Een deel van het draaiboek en de nieuwsbrieven is openbaar gemaakt.
In een procedure over in het kader van deze actie aan hem opgelegde navorderingsaanslagen vroeg de belanghebbende aan Hof Amsterdam om inzage in de niet-openbare passages van het draaiboek en de nieuwsbrieven. Volgens het Hof behoorden het draaiboek en de nieuwsbrieven tot de op de zaak betrekking hebbende stukken. Die stukken bevatten beleid en feitelijke informatie waarop de inspecteur zich bij de aanslagregeling en de verdere behandeling van de zaak heeft gebaseerd. Dergelijke stukken moeten volgens de wet tegelijk met het verweerschrift bij het Hof worden ingediend. De inspecteur weigerde een deel van de stukken in te brengen. Op het beginsel dat de inspecteur alle relevante stukken moet inbrengen zijn maar weinig uitzonderingen. Er moet naar het oordeel van de rechter sprake zijn van gewichtige redenen om stukken niet in te brengen. Het Hof droeg de inspecteur op om de belanghebbende een kopie toe te zenden van het draaiboek en de nieuwsbrieven na verwijdering van de door het Hof aangegeven passages die geheim gehouden mochten worden.
Ook de geheimhoudingskamer van de rechtbank Breda heeft kennis genomen van de volledige en ongeschoonde versie van het draaiboek en de nieuwsbrieven en heeft deze in hun geheel als op de zaak betrekking hebbende stukken aangemerkt. Volgens de rechtbank is het niet mogelijk om een stuk slechts voor een deel als zodanig aan te merken. Dat houdt echter niet in dat deze stukken ook zonder dat daarin delen onleesbaar zijn gemaakt of dat daarin namen zijn geanonimiseerd aan de wederpartij ter hand moeten worden gesteld. Het belang van de inspecteur bij geheimhouding kan groter zijn dan het belang van de wederpartij bij openbaarheid. Die belangenafweging ligt bij de rechter. De rechtbank heeft bij de vraag met betrekking tot welke passages uit het draaiboek en de nieuwsbrieven de inspecteur zich terecht beroept op geheimhouding rekening gehouden met het standpunt van de wederpartij dat hij ten onrechte als rekeninghouder is aangemerkt. De gedeelten uit het draaiboek en de nieuwsbrieven die geheim mogen blijven bevatten geen informatie over de wijze waarop de wederpartij door de Belastingdienst als rekeninghouder is geïdentificeerd.