
Het opzettelijk niet, onjuist of onvolledig doen van een aangifte Inkomstenbelasting is een vergrijp van de belastingplichtige. De inspecteur kan aan de belastingplichtige in een dergelijk geval een boete opleggen van maximaal 100% van de verschuldigde belasting. Het bewijs van opzet van de belastingplichtige moet door de inspecteur worden geleverd.
In een arrest uit 2010 heeft de Hoge Raad met betrekking tot het opleggen van een boete gezegd dat geen boete kan worden opgelegd als het bewijs ontbreekt dat de belastingplichtige een beboetbaar feit heeft gepleegd. De weigering om de door de inspecteur gevraagde gegevens te verstrekken levert niet het bewijs op dat de belastingplichtige in een jaar bepaalde inkomsten of vermogensbestanddelen niet heeft aangegeven en heeft geen invloed op de bewijslastverdeling ter zake van een boete. Voor het bewijs van een beboetbaar feit mag gebruik gemaakt worden van vermoedens, maar dat mag er niet toe leiden dat de bewijslast wordt verschoven naar de belastingplichtige.
In een procedure van een rekeninghouder bij de KB-Luxbank oordeelde Hof Amsterdam dat de omstandigheid dat iemand op 31 januari 1994 een banktegoed in het buitenland had zonder aanvullend bewijs niet het vermoeden rechtvaardigt dat dit in andere jaren ook het geval was. Als het vermoeden gerechtvaardigd is dat de belastingplichtige ook in andere jaren dan 1994 een buitenlands banktegoed aanhield, kan dat vermoeden niet worden gebruikt als bewijs voor de boete. De procedure had betrekking op de jaren 2002 en 2003. De inspecteur moest bewijzen dat de belastingplichtige in 2002 en 2003 een zodanig inkomen uit sparen en beleggen heeft genoten van zijn buitenlandse bankrekening, dat het niet vermelden daarvan heeft geleid tot het doen van een onjuiste of onvolledige aangifte. Als bewijs voerde de inspecteur het banksaldo van 1994 aan. Dat saldo was naar het oordeel van het hof niet zo hoog dat er sprake is van een te weerleggen en niet weerlegd vermoeden dat de belastingplichtige ook in de jaren 2002 en 2003 over een niet aangegeven buitenlands banktegoed beschikte. Het hof vernietigde de opgelegde boeten.