Inspecteur moest voor naheffingsaanslag bewijzen dat inkoopfacturen niet betaald waren
Een ondernemer diende in 1997 een suppletie-aangifte omzetbelasting in over 1996. Volgens die suppletie-aangifte was over de omzet f 23.854 omzetbelasting verschuldigd en bedroeg de voorbelasting f 15.109. De belastingdienst legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op van f 23.854, waarbij geen rekening werd gehouden met de voorbelasting. De inspecteur was van mening, dat er geen recht op aftrek van voorbelasting was, omdat de ondernemer de facturen niet had betaald. Dat leidde hij af uit een brief van de Gemeentelijke Kredietbank uit 2000. Op grond van de wet op de omzetbelasting moet een ondernemer de omzetbelasting, die hij in aftrek heeft gebracht, aan de belastingdienst betalen als hij de facturen waarop die omzetbelasting betrekking heeft, niet betaalt. De inspecteur moest bewijzen, dat de ondernemer in 1996 zijn inkoopfacturen niet betaalde of niet zou betalen. Daarin slaagde hij niet. Dat had tot gevolg, dat de opgelegde naheffingsaanslag moest worden verminderd met het door de ondernemer geclaimde bedrag aan voorbelasting. De inspecteur had de hoogte van het bedrag niet bestreden.
Een ondernemer diende in 1997 een suppletie-aangifte omzetbelasting in over 1996. Volgens die suppletie-aangifte was over de omzet f 23.854 omzetbelasting verschuldigd en bedroeg de voorbelasting f 15.109. De belastingdienst legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op van f 23.854, waarbij geen rekening werd gehouden met de voorbelasting. De inspecteur was van mening, dat er geen recht op aftrek van voorbelasting was, omdat de ondernemer de facturen niet had betaald. Dat leidde hij af uit een brief van de Gemeentelijke Kredietbank uit 2000. Op grond van de wet op de omzetbelasting moet een ondernemer de omzetbelasting, die hij in aftrek heeft gebracht, aan de belastingdienst betalen als hij de facturen waarop die omzetbelasting betrekking heeft, niet betaalt. De inspecteur moest bewijzen, dat de ondernemer in 1996 zijn inkoopfacturen niet betaalde of niet zou betalen. Daarin slaagde hij niet. Dat had tot gevolg, dat de opgelegde naheffingsaanslag moest worden verminderd met het door de ondernemer geclaimde bedrag aan voorbelasting. De inspecteur had de hoogte van het bedrag niet bestreden.