Inspecteur mocht op grond van nieuwe feiten verliesbeschikking herzien
Iemand verwerkte in zijn aangifte inkomstenbelasting 2000 een verlies uit aanmerkelijk belang van ƒ 5 miljoen. Gelijktijdig met de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2000 stelde de inspecteur het nog te verrekenen bedrag uit het verlies uit aanmerkelijk belang vast op 25% van het verlies, verminderd met de over het belastbare inkomen van 2000 verschuldigde inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Bij de vaststelling van de definitieve aanslag 2000 accepteerde de inspecteur het bedoelde verlies niet. Het aanslagbiljet bevatte geen te verrekenen bedrag dat verband hield met een verlies uit aanmerkelijk belang. Tijdens de behandeling van het tegen de aanslag IB 2000 ingediende bezwaarschrift constateerde de inspecteur dat een beschikking was gegeven voor het vanwege een verlies uit aanmerkelijk belang nog te verrekenen bedrag. Daarop gaf de inspecteur een herziene beschikking waarbij hij het te verrekenen bedrag nader vaststelde op nihil. Volgens Hof Arnhem was het de inspecteur pas bij de aanslagregeling duidelijk geworden dat ten onrechte een verlies uit aanmerkelijk belang in de aangifte was opgenomen. De feiten en omstandigheden die de inspecteur bij de aanslagregeling waren gebleken golden volgens het Hof als nieuwe feiten en omstandigheden. Daarom mocht de inspecteur een herzieningsbeschikking geven. Volgens het Hof had de inspecteur het te verrekenen bedrag terecht op nihil gesteld omdat er geen verlies uit aanmerkelijk belang was geleden.
Iemand verwerkte in zijn aangifte inkomstenbelasting 2000 een verlies uit aanmerkelijk belang van ƒ 5 miljoen. Gelijktijdig met de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2000 stelde de inspecteur het nog te verrekenen bedrag uit het verlies uit aanmerkelijk belang vast op 25% van het verlies, verminderd met de over het belastbare inkomen van 2000 verschuldigde inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Bij de vaststelling van de definitieve aanslag 2000 accepteerde de inspecteur het bedoelde verlies niet. Het aanslagbiljet bevatte geen te verrekenen bedrag dat verband hield met een verlies uit aanmerkelijk belang. Tijdens de behandeling van het tegen de aanslag IB 2000 ingediende bezwaarschrift constateerde de inspecteur dat een beschikking was gegeven voor het vanwege een verlies uit aanmerkelijk belang nog te verrekenen bedrag. Daarop gaf de inspecteur een herziene beschikking waarbij hij het te verrekenen bedrag nader vaststelde op nihil. Volgens Hof Arnhem was het de inspecteur pas bij de aanslagregeling duidelijk geworden dat ten onrechte een verlies uit aanmerkelijk belang in de aangifte was opgenomen. De feiten en omstandigheden die de inspecteur bij de aanslagregeling waren gebleken golden volgens het Hof als nieuwe feiten en omstandigheden. Daarom mocht de inspecteur een herzieningsbeschikking geven. Volgens het Hof had de inspecteur het te verrekenen bedrag terecht op nihil gesteld omdat er geen verlies uit aanmerkelijk belang was geleden.