Inspecteur bewijst opzet niet

Het opzettelijk niet of onjuist indienen van een aangifte voor een belasting die op aanslag wordt geheven is een vergrijp waarvoor de inspecteur bij de vaststelling van de aanslag een boete kan opleggen van 100% van het belastingbedrag. Volgens het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998 legt de inspecteur in geval van opzet of voorwaardelijk opzet een vergrijpboete op van 50%. Opzet is het willens en wetens handelen of nalaten, leidend tot het niet of niet binnen de daarvoor gestelde termijn heffen of betalen van belasting. Volgens de Hoge Raad is sprake van voorwaardelijk opzet wanneer iemand zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat een zeker gevolg zal intreden. Of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, hangt af van de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. De aanmerkelijke kans is niet afhankelijk van de aard van het gevolg.

Wanneer een belastingplichtige zich laat bijstaan door een deskundige adviseur aan wiens zorgvuldige taakvervulling hij niet behoefde te twijfelen, is het niet nodig dat de belastingplichtige zich ter voorkoming van fouten ook zelf in de inhoudelijke aspecten van het belastingrecht verdiept.

Als de belastingdienst in een dergelijke situatie stelt dat sprake is van opzet, dan moet de belastingdienst dat bewijzen. Dat bewijs houdt in dat de belastingdienst aannemelijk moet maken dat door een gedraging van de belastingplichtige de aanmerkelijke kans op een onjuiste of onvolledige aangifte is ontstaan en dat de belastingplichtige zich daarvan bewust was en deze aanmerkelijke kans bewust heeft aanvaard. Het zonder controle tekenen van een door de adviseur opgestelde aangifte is niet voldoende voor dat bewijs.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Het opzettelijk niet of onjuist indienen van een aangifte voor een belasting die op aanslag wordt geheven is een vergrijp waarvoor de inspecteur bij de vaststelling van de aanslag een boete kan opleggen van 100% van het belastingbedrag. Volgens het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998 legt de inspecteur in geval van opzet of voorwaardelijk opzet een vergrijpboete op van 50%. Opzet is het willens en wetens handelen of nalaten, leidend tot het niet of niet binnen de daarvoor gestelde termijn heffen of betalen van belasting. Volgens de Hoge Raad is sprake van voorwaardelijk opzet wanneer iemand zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat een zeker gevolg zal intreden. Of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, hangt af van de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. De aanmerkelijke kans is niet afhankelijk van de aard van het gevolg. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Wanneer een belastingplichtige zich laat bijstaan door een deskundige adviseur aan wiens zorgvuldige taakvervulling hij niet behoefde te twijfelen, is het niet nodig dat de belastingplichtige zich ter voorkoming van fouten ook zelf in de inhoudelijke aspecten van het belastingrecht verdiept. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Als de belastingdienst in een dergelijke situatie stelt dat sprake is van opzet, dan moet de belastingdienst dat bewijzen. Dat bewijs houdt in dat de belastingdienst aannemelijk moet maken dat door een gedraging van de belastingplichtige de aanmerkelijke kans op een onjuiste of onvolledige aangifte is ontstaan en dat de belastingplichtige zich daarvan bewust was en deze aanmerkelijke kans bewust heeft aanvaard. Het zonder controle tekenen van een door de adviseur opgestelde aangifte is niet voldoende voor dat bewijs.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u