
Wanneer een aanslag inkomstenbelasting te laag is vastgesteld kan de inspecteur de te weinig geheven belasting navorderen. Voorwaarde om te kunnen navorderen is dat de inspecteur beschikt over een nieuw feit. Dat is een feit wat ten tijde van het vaststellen van de aanslag de inspecteur niet bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn
Iemand diende een door de Belastingdienst deels vooraf ingevuld aangiftebiljet IB/PVV
De belastingplichtige voerde aan dat zijn werkgever de loongegevens had verstrekt aan de Belastingdienst. De inspecteur bestreed dat hij bij het opleggen van de primitieve aanslag beschikte over de juiste loongegevens. Naar het oordeel van Hof Leeuwarden moest de inspecteur bewijzen dat hij ten tijde van het opleggen van de aanslag niet kon beschikken over de aan een andere eenheid van de Belastingdienst verstrekte loongegevens. Volgens het hof slaagde de inspecteur niet in die bewijslast. Dat had tot gevolg dat het hof de navorderingsaanslag vernietigde.
Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | 31-05-2012