Inkoop aandelen is vervreemding voor verdragstoepassing
In een procedure over een aanslag inkomstenbelasting, die is opgelegd aan een in België wonende aanmerkelijk belanghouder wegens de inkoop van een deel van de aandelen in een in Nederland gevestigde BV, heeft de Hoge Raad geoordeeld, dat inkoop van aandelen als vervreemding moet worden behandelen. Omdat de aanmerkelijk belanghouder ten tijde van de inkoop langer dan vijf jaar in België woonde had Nederland op grond van het verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing geen heffingsrecht. De Nederlandse belastingdienst wilde de inkoop als dividenduitkering aanmerken. Dat past naar het oordeel van de Hoge Raad niet. De inkoop van aandelen is een transactie met een eigen karakter. De opbrengst van een inkoop kan worden aangemerkt als inkomsten uit aandelen of als voordelen verkregen door vervreemding. Het voordeel uit inkoop van aandelen is in het OESO-modelverdrag niet uitdrukkelijk in een van de verdragsartikelen gerangschikt. Volgens de Hoge Raad moet de wijze waarop het voordeel uit inkoop in de nationale wetgeving wordt belast ook gelden voor de toepassing van het verdrag. Dat betekent, dat als de bronstaat het voordeel belast als vervreemdingswinst, voor de toepassing van het verdrag de bronstaat de belastingplichtige niet mag behandelen alsof deze inkomsten uit aandelen heeft verkregen. Omdat het verdrag met België is geschoeid op de leest van het OESO-modelverdrag geldt deze opvatting ook voor de uitlegging van het verdrag met België. Op grond van de wet op de inkomstenbelasting 1964 wordt het voordeel uit inkoop van aandelen aangemerkt als een voordeel behaald bij de vervreemding van aandelen. De fiscale behandeling is dezelfde als bij vervreemding van de aandelen aan een willekeurige derde.
In een procedure over een aanslag inkomstenbelasting, die is opgelegd aan een in België wonende aanmerkelijk belanghouder wegens de inkoop van een deel van de aandelen in een in Nederland gevestigde BV, heeft de Hoge Raad geoordeeld, dat inkoop van aandelen als vervreemding moet worden behandelen. Omdat de aanmerkelijk belanghouder ten tijde van de inkoop langer dan vijf jaar in België woonde had Nederland op grond van het verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing geen heffingsrecht. De Nederlandse belastingdienst wilde de inkoop als dividenduitkering aanmerken. Dat past naar het oordeel van de Hoge Raad niet. De inkoop van aandelen is een transactie met een eigen karakter. De opbrengst van een inkoop kan worden aangemerkt als inkomsten uit aandelen of als voordelen verkregen door vervreemding. Het voordeel uit inkoop van aandelen is in het OESO-modelverdrag niet uitdrukkelijk in een van de verdragsartikelen gerangschikt. Volgens de Hoge Raad moet de wijze waarop het voordeel uit inkoop in de nationale wetgeving wordt belast ook gelden voor de toepassing van het verdrag. Dat betekent, dat als de bronstaat het voordeel belast als vervreemdingswinst, voor de toepassing van het verdrag de bronstaat de belastingplichtige niet mag behandelen alsof deze inkomsten uit aandelen heeft verkregen. Omdat het verdrag met België is geschoeid op de leest van het OESO-modelverdrag geldt deze opvatting ook voor de uitlegging van het verdrag met België. Op grond van de wet op de inkomstenbelasting 1964 wordt het voordeel uit inkoop van aandelen aangemerkt als een voordeel behaald bij de vervreemding van aandelen. De fiscale behandeling is dezelfde als bij vervreemding van de aandelen aan een willekeurige derde.