
De Wet op de Dividendbelasting bepaalde dat geen dividendbelasting hoeft te worden ingehouden op dividenduitkeringen aan Nederlandse vennootschappen of aan buitenlandse aandeelhouders met een vaste inrichting in Nederland als op het aandelenbelang in de uitkerende vennootschap de deelnemingsvrijstelling van toepassing is.
Het Hof van Justitie EG heeft in het arrest Amurta bepaald dat het in strijd is met het EG-recht om bij dividenduitkeringen aan buitenlandse aandeelhouders wel dividendbelasting in te houden als dat in binnenlandse verhoudingen niet gebeurt.
Het ging om een uitkering van dividend door een Nederlandse vennootschap aan een Portugese aandeelhouder, Amurta. Het dividend was in Portugal niet belast, omdat in Portugal een deelnemingsvrijstelling gold.
Het Nederlands-Portugese belastingverdrag kent de mogelijkheid om in Nederland ingehouden dividendbelasting te verrekenen. Deze verrekeningsmogelijkheid kan door de nationale Portugese wetgeving daadwerkelijk worden benut.
Hof Amsterdam stelde na het arrest van het Hof van Justitie EG vast, dat Amurta materieel aan de vereisten voor toepassing van de deelnemingsvrijstelling in Portugal voldeed en dat de deelnemingsvrijstelling feitelijk was toegepast. Ook formeel kon Amurta zich op toepassing van de deelnemingsvrijstelling beroepen. Omdat in Portugal de deelnemingsvrijstelling was toegepast op het uitgekeerde dividend, konden de gevolgen van de inhouding van Nederlandse dividendbelasting niet worden geneutraliseerd. Daarmee was de inhouding van dividendbelasting in strijd met het EG-verdrag.