Informele kapitaalstorting

De kapitaalsbelasting is al weer enkele jaren geleden afgeschaft. Deze belasting moest betaald worden over het bedrag van het gestorte kapitaal van een aandelenvennootschap. Aanvankelijk was het tarief 1%, later daalde dit tot 0,55%. Gezien de soms grote belangen worden er nog steeds procedures gevoerd over de kapitaalsbelasting. Een holding kocht in het voorjaar van 1999 alle aandelen van drie BV’s voor een totale koopsom van ƒ 88 miljoen. Deze aandelen werden vervolgens doorverkocht aan een dochtermaatschappij van de holding voor een totaalbedrag van ruim ƒ 9 miljoen. De prijzen bij de verkoop aan de dochtermaatschappij werden vastgesteld op de netto vermogenswaarde van de BV’s, om de door de holding bij de koop van deze aandelen betaalde goodwill niet tot uitdrukking te hoeven brengen. Deze goodwill zou een nadelig effect kunnen hebben bij de voorgenomen beursgang van de dochtermaatschappij. Het verschil tussen de waarde van de aandelen en de betaalde koopsommen vormde een informele kapitaalstorting door de holding in de dochtermaatschappij. De dochtermaatschappij was van mening dat daarbij een vrijstelling van kapitaalsbelasting van toepassing was en deed geen aangifte voor de kapitaalsbelasting. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op, uitgaande van een totale waarde van de verkrijgingen van ruim ƒ 99 miljoen en verminderd met de door de dochtermaatschappij betaalde koopsommen. De naheffingsaanslag bedroeg € 412.012. Hof Amsterdam wees het beroep op toepassing van de bedrijfsfusievrijstelling of de aandelenfusievrijstelling af. Wel verminderde het Hof de naheffingsaanslag tot € 357.710 omdat de door de holding betaalde koopsommen de waarde van de kapitaalstorting bepaalden. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Hof afgewezen.
De kapitaalsbelasting is al weer enkele jaren geleden afgeschaft. Deze belasting moest betaald worden over het bedrag van het gestorte kapitaal van een aandelenvennootschap. Aanvankelijk was het tarief 1%, later daalde dit tot 0,55%. Gezien de soms grote belangen worden er nog steeds procedures gevoerd over de kapitaalsbelasting.
Een holding kocht in het voorjaar van 1999 alle aandelen van drie BV’s voor een totale koopsom van ƒ 88 miljoen. Deze aandelen werden vervolgens doorverkocht aan een dochtermaatschappij van de holding voor een totaalbedrag van ruim ƒ 9 miljoen. De prijzen bij de verkoop aan de dochtermaatschappij werden vastgesteld op de netto vermogenswaarde van de BV’s, om de door de holding bij de koop van deze aandelen betaalde goodwill niet tot uitdrukking te hoeven brengen. Deze goodwill zou een nadelig effect kunnen hebben bij de voorgenomen beursgang van de dochtermaatschappij. Het verschil tussen de waarde van de aandelen en de betaalde koopsommen vormde een informele kapitaalstorting door de holding in de dochtermaatschappij. De dochtermaatschappij was van mening dat daarbij een vrijstelling van kapitaalsbelasting van toepassing was en deed geen aangifte voor de kapitaalsbelasting. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op, uitgaande van een totale waarde van de verkrijgingen van ruim ƒ 99 miljoen en verminderd met de door de dochtermaatschappij betaalde koopsommen. De naheffingsaanslag bedroeg € 412.012. Hof Amsterdam wees het beroep op toepassing van de bedrijfsfusievrijstelling of de aandelenfusievrijstelling af. Wel verminderde het Hof de naheffingsaanslag tot € 357.710 omdat de door de holding betaalde koopsommen de waarde van de kapitaalstorting bepaalden. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Hof afgewezen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u