Infilttratieaftrek grondwaterbelasting

Voor het onttrekken van grondwater aan de bodem is een vergunning nodig. Over de onttrokken hoeveelheid water moet grondwaterbelasting betaald worden. Grondwater dat weer teruggevoerd wordt in de bodem kan leiden tot een vermindering van de hoeveelheid water waarover belasting betaald moet worden.

In een langlopende procedure over een aanslag grondwaterbelasting was aan de orde of een drinkwaterbedrijf recht had op de zogenaamde infiltratieaftrek. Het drinkwaterbedrijf beschikte over onttrekkingsvergunningen, die voorschriften bevatten over compensatie van het te onttrekken water of die pas werden verleend nadat onderzoek had uitgewezen dat het grondwater werd aangevuld. Samen met de waterschappen had het bedrijf wateraanvoerplannen opgesteld. Een deel van het op grond van die plannen aangevoerde water infiltreerde in de bodem. Daarnaast maakte het drinkwaterbedrijf gebruik van een aantal pompstations waar spoelwater werd teruggevoerd in de bodem. In eerste aanleg was Hof Den Haag van oordeel dat het waterbedrijf geen recht had op de infiltratieaftrek. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak omdat het hof ten onrechte veronderstelde dat de hoeveelheid teruggevoerd water of het doel van het terugvoeren van water bepalend waren voor het recht op aftrek. Vervolgens oordeelde Hof Amsterdam dat het drinkwaterbedrijf geen recht had op infiltratieaftrek, omdat de vergunning voor het onttrekken van grondwater geen bepalingen bevatte over het infiltreren van water. Dat oordeel is volgens de Hoge Raad juist. Voor vergunningen die zijn verleend voor de invoering van de huidige Grondwaterwet geldt dat niet bij wijze van fictie kan worden aangenomen dat het infiltreren geschiedt in overeenstemming met in de vergunning gestelde voorwaarden. De voorganger van de Grondwaterwet bevatte geen bepalingen over infiltreren.

Met betrekking tot het door de pompstations teruggevoerde spoelwater oordeelde Hof Amsterdam dat het drinkwaterbedrijf geen recht had op de infiltratieaftrek omdat de hoeveelheid water niet op de voorgeschreven wijze was gemeten en daarvan geen administratie werd bijgehouden. Al in de procedure voor Hof Den Haag had de inspecteur gezegd dat hij een alternatieve wijze van bepaling van de hoeveelheid geïnfiltreerd water zou accepteren. Met zijn andersluidende oordeel trad Hof Amsterdam buiten de rechtsstrijd. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar Hof Den Bosch.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Voor het onttrekken van grondwater aan de bodem is een vergunning nodig. Over de onttrokken hoeveelheid water moet grondwaterbelasting betaald worden. Grondwater dat weer teruggevoerd wordt in de bodem kan leiden tot een vermindering van de hoeveelheid water waarover belasting betaald moet worden. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">In een langlopende procedure over een aanslag grondwaterbelasting was aan de orde of een drinkwaterbedrijf recht had op de zogenaamde infiltratieaftrek. Het drinkwaterbedrijf beschikte over onttrekkingsvergunningen, die voorschriften bevatten over compensatie van het te onttrekken water of die pas werden verleend nadat onderzoek had uitgewezen dat het grondwater werd aangevuld. Samen met de waterschappen had het bedrijf wateraanvoerplannen opgesteld. Een deel van het op grond van die plannen aangevoerde water infiltreerde in de bodem. Daarnaast maakte het drinkwaterbedrijf gebruik van een aantal pompstations waar spoelwater werd teruggevoerd in de bodem. In eerste aanleg was Hof Den Haag van oordeel dat het waterbedrijf geen recht had op de infiltratieaftrek. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak omdat het hof ten onrechte veronderstelde dat de hoeveelheid teruggevoerd water of het doel van het terugvoeren van water bepalend waren voor het recht op aftrek. Vervolgens oordeelde Hof Amsterdam dat het drinkwaterbedrijf geen recht had op <SPAN class=tdefaulth18>infiltratieaftrek, omdat de vergunning voor het onttrekken van grondwater geen bepalingen bevatte over het infiltreren van water. Dat oordeel is volgens de Hoge Raad juist. Voor vergunningen die zijn verleend voor de invoering van de huidige Grondwaterwet geldt dat niet bij wijze van fictie kan worden aangenomen dat het infiltreren geschiedt in overeenstemming met in de vergunning gestelde voorwaarden. De voorganger van de Grondwaterwet bevatte geen bepalingen over infiltreren.<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p></o:p></SPAN></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><SPAN class=tdefaulth18>Met betrekking tot het door de pompstations teruggevoerde spoelwater oordeelde Hof Amsterdam dat het drinkwaterbedrijf geen recht had op de infiltratieaftrek omdat de hoeveelheid water niet op de voorgeschreven wijze was gemeten en daarvan geen administratie werd bijgehouden. Al in de procedure voor Hof Den Haag had de inspecteur gezegd dat hij een alternatieve wijze van bepaling van de hoeveelheid geïnfiltreerd water zou accepteren. Met zijn andersluidende oordeel trad Hof Amsterdam buiten de rechtsstrijd. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar Hof Den Bosch.</SPAN></P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u