
Bij de invoer van inktcartridges voor printers was de vraag voor de toepassing van de invoerheffingen of de cartridges ingedeeld moesten worden onder de post “inkt” of onder de post “printeronderdelen”.
Hof Amsterdam was van oordeel dat de cartridge als een printeronderdeel kon worden aangemerkt omdat de cartridge noodzakelijk is voor het functioneren van de printer. Omdat de inkt in de cartridge onder een andere post viel was de cartridge een samengesteld goed. Een samengesteld goed volgt voor zijn indeling de post waaronder het belangrijkste deel van de samenstelling valt. Voor de indeling van de cartridge was dat volgens het Hof de inkt.
De Hoge Raad onderschrijft de opvatting van het Hof. Hoewel de cartridge hoogwaardige technische voorzieningen bevatte en nodig was om de printer te laten functioneren, had het Hof terecht de inkt in de cartridge van doorslaggevend belang geacht.