
Procedures over douanerechten en dergelijke worden behandeld door (de douanekamer van) Hof Amsterdam. In een procedure die betrekking had op de indeling van uit China en India geïmporteerde glaswerken volgde het Hof noch de opvatting van de importeur, noch de opvatting van de inspecteur. De importeur wilde de voorwerpen indelen in de categorie verlichtingstoestellen omdat ze konden dienen als kaarsenhouder. De inspecteur ging uit van indeling in de categorie huishoudelijk glaswerk en versiering. Het Hof omschreef de goederen als “glazen onderzetter, waarop een kaars kan worden geplaatst”.
Volgens het Hof was de indeling in de categorie verlichtingstoestellen niet juist vanwege het ontbreken van een vaste plaats voor een lichtbron. Het Hof vond de door de inspecteur gehanteerde indeling niet juist omdat de goederen niet bestemd waren om als versiering te dienen en evenmin voor huishoudelijk gebruik. In cassatie deelde de Hoge Raad het eerste standpunt van het Hof, maar verwierp de Hoge Raad het tweede standpunt.
Volgens de Hoge Raad heeft de omschrijving van de door de inspecteur gehanteerde categorie betrekking op glaswerk voor huishoudelijk gebruik in ruime zin. Het Hof hanteerde een te enge uitleg.