
Bij de behandeling van het Wetsvoorstel Belastingheffing excessieve beloningsbestanddelen in de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris van Financiën toegezegd voor bijzondere situaties een doorschuifregeling te treffen. Die toezegging heeft hij uitgewerkt in de vorm van een besluit met een tweetal goedkeuringen. De eerste goedkeuring heeft betrekking op de inbreng van een aanmerkelijk belang (AB) in 2008 dat met ingang van 2009 een lucratief belang (LB) vormt. De tweede goedkeuring betreft de inbreng van het AB annex LB in het eerste kwartaal van 2009. Ad 1. Door een LB niet direct maar via een eigen BV te houden behoren de voordelen uit het LB niet tot het resultaat uit overige werkzaamheden maar tot inkomen uit AB. De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat het voordeel uit de vervreemding van een AB op schriftelijk verzoek van de betrokkenen niet wordt belast als er sprake is van een aandelenruil. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:
Ad 2
De staatssecretaris heeft ook goedkeurend beleid ontwikkeld voor een aandelenruil in het eerste kwartaal van 2009. Hierbij gaat het om uitstel van heffing in box 1 over de boekwinst op de aandelen. De aandelenruil moet wel vóór 1 april 2009 zijn afgerond. De voorwaarden voor deze goedkeuring zijn vergelijkbaar met die van de eerste, met dien verstande dat de verkrijgingsprijs voor het AB van de verkregen aandelen gelijk is aan de boekwaarde van het ingeruilde LB en het LB op de balans van de BV wordt opgenomen voor de boekwaarde die het LB in box 1 had op het tijdstip direct voor de ruil.