In- en uitslag accijnsgoederen
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Een groothandel in alcoholhoudende dranken had een vergunning voor een accijnsgoederenplaats waarin zij alcoholhoudende dranken onder schorsing van accijns voorhanden mocht hebben. Eind 2002 kocht de groothandel een partij van <?xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" /><st1:metricconverter ProductID="82.763 liter" w:st="on">82.763 liter</st1:metricconverter> alcoholhoudende producten. Voor deze partij was accijns voldaan naar het toen geldende tarief. Op 30 december 2002 werd <st1:metricconverter ProductID="42.000 liter" w:st="on">42.000 liter</st1:metricconverter> aan alcoholhoudende producten verkocht en uit de accijnsgoederenplaats uitgeslagen. Daarbij werd op aangifte accijns voldaan naar het op die datum geldende tarief. In maart 2003 werd een deel van deze partij weer in de accijnsgoederenplaats opgeslagen. De groothandel verzocht om teruggaaf van accijns voor deze partij. De teruggaaf werd berekend naar het in maart 2003 geldende, hogere accijnstarief. Daarnaast werd in maart 2003 een deel van de eerder verkochte partij teruggekocht en eveneens op de accijnsgoederenplaats binnengebracht. Ook daarvoor werd een teruggave geclaimd naar het hogere tarief van 2003. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De inspecteur was van mening dat slechts recht op teruggaaf bestond naar het lagere tarief van 2002 en legde een naheffingsaanslag accijns op voor het verschil.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Hof Amsterdam was van oordeel dat het recht op verrekening van accijns geen hoger bedrag kon belopen dan het bedrag dat voor de betreffende accijnsproducten eerder aan accijns was voldaan. Volgens de Hoge Raad is de opvatting van het hof juist.</P>