In betaling ter kwijting van hoofdsom was geen rente begrepen
De directeur en enig aandeelhouder (DGA) van een BV werd veroordeeld tot betaling van een bedrag aan een leverancier van de BV, vermeerderd met de wettelijke rente tot de dag van de algehele voldoening. In 1996 betaalde de DGA uiteindelijk ter finale kwijting een lager bedrag dan waartoe hij was veroordeeld aan de leverancier. Hij wilde een deel van het betaalde bedrag in aftrek brengen als betaalde rente. Hof Den Bosch stond geen aftrek toe. Naar het oordeel van het Hof was de betaling bedoeld ter kwijting van de verschuldigde hoofdsom en hadden partijen deze niet gedeeltelijk als betaling van rente bedoeld. De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af omdat het oordeel van het Hof feitelijk was en niet onbegrijpelijk, gelet op de door de DGA en de leverancier gesloten overeenkomst.
De directeur en enig aandeelhouder (DGA) van een BV werd veroordeeld tot betaling van een bedrag aan een leverancier van de BV, vermeerderd met de wettelijke rente tot de dag van de algehele voldoening. In 1996 betaalde de DGA uiteindelijk ter finale kwijting een lager bedrag dan waartoe hij was veroordeeld aan de leverancier. Hij wilde een deel van het betaalde bedrag in aftrek brengen als betaalde rente. Hof Den Bosch stond geen aftrek toe. Naar het oordeel van het Hof was de betaling bedoeld ter kwijting van de verschuldigde hoofdsom en hadden partijen deze niet gedeeltelijk als betaling van rente bedoeld. De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af omdat het oordeel van het Hof feitelijk was en niet onbegrijpelijk, gelet op de door de DGA en de leverancier gesloten overeenkomst.