In beroep mocht alsnog toepassing beleid Financiën gevraagd worden
Een ondernemer ging in verband met zelfbewoning bij de berekening van zijn stakingswinst uit van een waarde van de tot zijn ondernemingsvermogen behorende woning van 55% van de waarde vrij opleverbaar. De belastingdienst stelde de waarde vast op 71,5 % van de waarde vrij opleverbaar. In de procedure naar aanleiding van de aanslag inkomstenbelasting deed de ondernemer alsnog een beroep op de toepassing van een besluit van Financiën, waarin richtlijnen worden gegeven voor de waardedruk wegens zelfbewoning. Volgens dat beleid zou de waarde op 65 % van de waarde vrij opleverbaar moeten worden vastgesteld. De inspecteur meende dat toepassing van het in het besluit neergelegde beleid niet meer mogelijk was omdat de ondernemer bij de aanvraag voor een gezamenlijke taxatie de toepassing van dat beleid had afgewezen. In de door de ondernemer en de belastingdienst gesloten overeenkomst was alleen vastgelegd dat de waarde in het economische verkeer van de woning in vrij opleverbare staat gezamenlijk zou worden vastgesteld. Die overeenkomst had geen betrekking op de waardedruk wegens zelfbewoning. Omdat de aanslag nog niet definitief vaststond kon de ondernemer volgens Hof Arnhem alsnog een beroep doen op het door de staatssecretaris gepubliceerde beleid.
Een ondernemer ging in verband met zelfbewoning bij de berekening van zijn stakingswinst uit van een waarde van de tot zijn ondernemingsvermogen behorende woning van 55% van de waarde vrij opleverbaar. De belastingdienst stelde de waarde vast op 71,5 % van de waarde vrij opleverbaar. In de procedure naar aanleiding van de aanslag inkomstenbelasting deed de ondernemer alsnog een beroep op de toepassing van een besluit van Financiën, waarin richtlijnen worden gegeven voor de waardedruk wegens zelfbewoning. Volgens dat beleid zou de waarde op 65 % van de waarde vrij opleverbaar moeten worden vastgesteld. De inspecteur meende dat toepassing van het in het besluit neergelegde beleid niet meer mogelijk was omdat de ondernemer bij de aanvraag voor een gezamenlijke taxatie de toepassing van dat beleid had afgewezen. In de door de ondernemer en de belastingdienst gesloten overeenkomst was alleen vastgelegd dat de waarde in het economische verkeer van de woning in vrij opleverbare staat gezamenlijk zou worden vastgesteld. Die overeenkomst had geen betrekking op de waardedruk wegens zelfbewoning. Omdat de aanslag nog niet definitief vaststond kon de ondernemer volgens Hof Arnhem alsnog een beroep doen op het door de staatssecretaris gepubliceerde beleid.