
De factuur speelt binnen de regelgeving op het gebied van de omzetbelasting een belangrijke rol. Op de factuur worden de volgende gegevens vermeld: de prestatie die de ondernemer heeft verricht, de naam en het adres van de ondernemer en van de afnemer, de vergoeding voor de verrichte prestatie en het bedrag aan btw daarover. De afnemer heeft de factuur nodig voor de aftrek van voorbelasting. In 2010 is een Europese richtlijn vastgesteld voor aanpassing van de factureringsregels in de btw. Deze nieuwe regels moeten in de wetgeving van de lidstaten worden opgenomen. Daartoe is een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer.
De wetgever heeft ervoor gekozen om het bestaande wetsartikel met factuurvoorschriften te splitsen in meerdere artikelen. Het voorstel bevat afzonderlijke artikelen over welke factureringsregels van toepassing zijn, de factuurplicht, de vereenvoudigde factuur, de volledige factureringsplicht, correctiefacturen, de factureringstermijn en periodieke facturen en self-billing. De nieuwe factureringsregels moeten met ingang van 1 januari 2013 worden toegepast.
Uitgangspunt is dat ondernemers een volledige factuur uitreiken in die gevallen waarin zij verplicht zijn een factuur uit te reiken. Onder de nieuwe factureringsregels is het in bepaalde gevallen toegestaan om een vereenvoudigde factuur uit te reiken. De vereenvoudigde factuur kent veel minder verplichte vermeldingen dan de volledige factuur. Vereenvoudigde facturen mogen gebruikt worden als het factuurbedrag niet hoger is dan € 100 of als het gaat om een creditnota. Bij grensoverschrijdende afstandverkopen en intracommunautaire leveringen tegen het nultarief mag de vereenvoudigde factuur niet worden toegepast maar moet altijd een volledige factuur worden uitgereikt.
Bij leveringen en diensten aan andere afnemers dan ondernemers is, behoudens enkele uitzonderingen, het uitreiken van een factuur niet verplicht.
Op het terrein van elektronische facturen geldt het volgende. De lidstaten zijn verplicht om ondernemers zelf te laten bepalen hoe zij de authenticiteit en de integriteit van de elektronische facturen willen waarborgen. In Nederland is overigens al eerder goedgekeurd dat marktpartijen zelf de vormgeving en de implementatie van elektronisch factureren kunnen bepalen.
De Btw-richtlijn 2006 en de Wet OB schrijven niet voor van welke lidstaat de regels voor facturering gelden bij grensoverschrijdende transacties waarvan de btw wordt geheven in de lidstaat van de afnemer. Algemeen aanvaard uitgangspunt is dat ondernemers de factureringsregels toepassen van de lidstaat waar de btw verschuldigd is. Deze hoofdregel wordt nu vastgelegd in de Wet OB.