Houdstermaatschappij heeft recht op aftrek voorbelasting advies bij verkoop deelneming

Aan een BV is een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de maand maart 1998. De naheffingsaanslag had betrekking op de door de BV verrekende voorbelasting, die betrekking had op adviesdiensten bij de verkoop van een deelneming. Hof Den Haag was van oordeel, dat het beroep ongegrond was. De Hoge Raad heeft in cassatie de uitspraak van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar Hof Amsterdam. De Hoge Raad baseerde zijn uitspraak op jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EG. Vast stond, dat de BV tegen betaling managementwerkzaamheden verrichtte voor de deelneming. De door de BV ingekochte diensten hadden betrekking op de deelneming. Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie volgt volgens de Hoge Raad dat de kosten van de ingekochte diensten deel uitmaken van de algemene kosten van de BV en dat er een samenhang is tussen deze diensten en de bedrijfsactiviteiten van de BV.In hoeverre de in rekening gebrachte omzetbelasting dan in aftrek kan worden gebracht hangt af van de belastbaarheid voor de omzetbelasting van de prestaties van de BV tot het moment van de overdracht van de deelneming. Dat diende Hof Amsterdam te onderzoeken. Partijen verschillen volgens het Hof niet van mening over de belastbaarheid van de overige prestaties. Daarom is er volledig recht op aftrek van voorbelasting en wordt de naheffingsaanslag vernietigd. De inspecteur was van mening, dat het Hof een volledig nieuwe behandeling van de zaak moest beginnen omdat de Hoge Raad geen prejudiciƫle vragen aan het Hof van Justitie had gesteld. Hof Amsterdam is van oordeel, dat het zich dient te houden aan de verwijzingsopdracht. Door het instellen van cassatie tegen de uitspraak van het Hof kan de inspecteur de Hoge Raad alsnog verzoeken om dergelijke vragen te stellen.
Aan een BV is een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de maand maart 1998. De naheffingsaanslag had betrekking op de door de BV verrekende voorbelasting, die betrekking had op adviesdiensten bij de verkoop van een deelneming. Hof Den Haag was van oordeel, dat het beroep ongegrond was. De Hoge Raad heeft in cassatie de uitspraak van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar Hof Amsterdam. De Hoge Raad baseerde zijn uitspraak op jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EG. Vast stond, dat de BV tegen betaling managementwerkzaamheden verrichtte voor de deelneming. De door de BV ingekochte diensten hadden betrekking op de deelneming. Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie volgt volgens de Hoge Raad dat de kosten van de ingekochte diensten deel uitmaken van de algemene kosten van de BV en dat er een samenhang is tussen deze diensten en de bedrijfsactiviteiten van de BV.In hoeverre de in rekening gebrachte omzetbelasting dan in aftrek kan worden gebracht hangt af van de belastbaarheid voor de omzetbelasting van de prestaties van de BV tot het moment van de overdracht van de deelneming. Dat diende Hof Amsterdam te onderzoeken. Partijen verschillen volgens het Hof niet van mening over de belastbaarheid van de overige prestaties. Daarom is er volledig recht op aftrek van voorbelasting en wordt de naheffingsaanslag vernietigd. De inspecteur was van mening, dat het Hof een volledig nieuwe behandeling van de zaak moest beginnen omdat de Hoge Raad geen prejudiciƫle vragen aan het Hof van Justitie had gesteld. Hof Amsterdam is van oordeel, dat het zich dient te houden aan de verwijzingsopdracht. Door het instellen van cassatie tegen de uitspraak van het Hof kan de inspecteur de Hoge Raad alsnog verzoeken om dergelijke vragen te stellen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u