Hoge Raad vernietigt Hofuitspraken over gecorrigeerde vervangingswaarde en werktuigenvrijstelling

In twee procedures over aanslagen onroerende zaakbelasting (OZB) 1995 was de waarde van een gascompressorstation en een afsluiterlocatie resp. een gasaanlandings- en behandelingsstation in geschil. In beide zaken ging het om vastgestelde waarden van ongeveer ƒ 50 miljoen. Hof Leeuwarden verwierp in beide zaken het beroep van de eigenaar/gebruiker tegen de waardevaststelling. Die bepleitte een forse afschrijving wegens functionele veroudering. Het Hof verwierp dat standpunt omdat de gebruiker het afschrijvingspercentage niet had onderbouwd. Volgens de Hoge Raad had de eigenaar/gebruiker echter in het beroepschrift aangevoerd dat de objecten al sinds de jaren '70 bestonden, dat de technologische ontwikkelingen sindsdien ingrijpend zijn geweest en dat vanwege de gedateerdheid van het object een correctie wegens functionele veroudering moest worden toegepast. Het Hof had deze gronden moeten beoordelen. De OZB kent een werktuigenvrijstelling. Bij de waarde van een onroerende zaak wordt geen rekening gehouden met daarin aangebrachte werktuigen. Voor de toepassing daarvan vond het Hof niet van belang dat installaties in hun geheel demonteerbaar, verplaatsbaar en op een andere locatie monteerbaar waren. De werktuigenvrijstelling is echter van toepassing op die werktuigen die verwijderd kunnen worden met behoud van hun waarde en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken. De Hoge Raad was van oordeel dat de eigenaar/gebruiker kennelijk wilde betogen dat de installaties op zichzelf werktuigen vormden. Deze stelling was wel van belang en dus ging het Hof van een onjuist uitgangspunt uit. Hof Amsterdam moet beide zaken opnieuw behandelen.
In twee procedures over aanslagen onroerende zaakbelasting (OZB) 1995 was de waarde van een gascompressorstation en een afsluiterlocatie resp. een gasaanlandings- en behandelingsstation in geschil. In beide zaken ging het om vastgestelde waarden van ongeveer ƒ 50 miljoen. Hof Leeuwarden verwierp in beide zaken het beroep van de eigenaar/gebruiker tegen de waardevaststelling. Die bepleitte een forse afschrijving wegens functionele veroudering. Het Hof verwierp dat standpunt omdat de gebruiker het afschrijvingspercentage niet had onderbouwd. Volgens de Hoge Raad had de eigenaar/gebruiker echter in het beroepschrift aangevoerd dat de objecten al sinds de jaren '70 bestonden, dat de technologische ontwikkelingen sindsdien ingrijpend zijn geweest en dat vanwege de gedateerdheid van het object een correctie wegens functionele veroudering moest worden toegepast. Het Hof had deze gronden moeten beoordelen. De OZB kent een werktuigenvrijstelling. Bij de waarde van een onroerende zaak wordt geen rekening gehouden met daarin aangebrachte werktuigen. Voor de toepassing daarvan vond het Hof niet van belang dat installaties in hun geheel demonteerbaar, verplaatsbaar en op een andere locatie monteerbaar waren. De werktuigenvrijstelling is echter van toepassing op die werktuigen die verwijderd kunnen worden met behoud van hun waarde en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken. De Hoge Raad was van oordeel dat de eigenaar/gebruiker kennelijk wilde betogen dat de installaties op zichzelf werktuigen vormden. Deze stelling was wel van belang en dus ging het Hof van een onjuist uitgangspunt uit. Hof Amsterdam moet beide zaken opnieuw behandelen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u