Hoge Raad stelt vragen aan Hof van Justitie EG over fiscale beleggingsinstelling

De Wet Vpb’69 kent een bijzonder regime voor fiscale beleggingsinstellingen (FBI). Het regime wil de belastingdruk op beleggingsopbrengsten via een fiscale beleggingsinstelling zoveel mogelijk gelijk laten zijn aan de belastingdruk bij rechtstreeks beleggen door particuliere beleggers. De beleggingsopbrengsten worden zoveel mogelijk belast alsof het rechtstreeks door de aandeelhouders in de fiscale beleggingsinstelling genoten opbrengsten betreft. Dat gebeurt door een nultarief toe te passen en door de verplichting om behaalde winsten zoveel mogelijk uit te keren. Voor ingehouden buitenlandse bronbelasting kan een tegemoetkoming worden verleend. De tegemoetkoming kent een aantal beperkingen. Zo is de tegemoetkoming beperkt tot gevallen waarin, bij rechtstreekse belegging door in Nederland woonachtige of gevestigde aandeelhouders, recht op verrekening van buitenlandse belasting met Nederlandse inkomstenbelasting zou bestaan. Het belastingverdrag met Duitsland voorziet niet in een recht op verrekening van door Duitsland ingehouden belasting op door een in Nederland wonende persoon verkregen dividenden. Verder wordt de tegemoetkoming verminderd naar de mate waarin niet in Nederland wonende personen en niet in Nederland gevestigde lichamen deelnemen in het kapitaal van een FBI.Een fiscale beleggingsinstelling (FBI) ontving in het boekjaar 1997/1998 voor ruim ƒ 5 miljoen aan dividenden op aandelen in buitenlandse vennootschappen. Daarbij werd ƒ 735.320 aan buitenlandse bronbelasting geheven, waarvan ƒ 132.339 Duitse belasting en ƒ 9.905 Portugese belasting. De FBI verzocht om een tegemoetkoming voor de buitenlandse bronbelasting van ƒ 518.270, uitgaande van een bedrag van ƒ 735.320 aan in aanmerking te nemen buitenlandse belasting. De inspecteur stelde de in aanmerking te nemen buitenlandse belasting vast op ƒ 593.076, omdat hij geen rekening hield met de Duitse en de Portugese belasting. De tegemoetkoming kwam daarmee uit op ƒ 418.013. Hof Amsterdam was van oordeel dat het niet in aanmerking nemen van Duitse en Portugese belasting bij de berekening van de tegemoetkoming een niet toegestane beperking van het vrije kapitaalverkeer inhield. Volgens het arrest Manninen van het Hof van Justitie EG is een verschil in behandeling tussen binnenlands dividend, dat wel verrekenbaar is, en buitenlands dividend, dat niet verrekenbaar is, in strijd met het EG-verdrag, tenzij het nadelige effect daarvan door een belastingverdrag wordt weggenomen. Anders dan in het arrest Manninen ging het hier niet om een regeling ter voorkoming van dubbele belasting (in economische zin) van winsten van de dividenduitkerende vennootschap. Volgens de Hoge Raad ging het in deze zaak om vragen van Europees recht die nog niet voldoende zijn beantwoord door het Hof van Justitie EG.Ook de tweede beperking was een belemmering van de vrijheid van kapitaalverkeer. De woonplaats van de aandeelhouders van een FBI doet immers niet ter zake als zij uitsluitend in Nederland belegt. De vraag is of het EG-recht deze belemmering verbiedt. De Hoge Raad heeft een aantal vragen, die de uitlegging van gemeenschapsrecht betreffen, voorgelegd aan het Hof van Justitie EG.
De Wet Vpb’69 kent een bijzonder regime voor fiscale beleggingsinstellingen (FBI). Het regime wil de belastingdruk op beleggingsopbrengsten via een fiscale beleggingsinstelling zoveel mogelijk gelijk laten zijn aan de belastingdruk bij rechtstreeks beleggen door particuliere beleggers. De beleggingsopbrengsten worden zoveel mogelijk belast alsof het rechtstreeks door de aandeelhouders in de fiscale beleggingsinstelling genoten opbrengsten betreft. Dat gebeurt door een nultarief toe te passen en door de verplichting om behaalde winsten zoveel mogelijk uit te keren. Voor ingehouden buitenlandse bronbelasting kan een tegemoetkoming worden verleend. De tegemoetkoming kent een aantal beperkingen. Zo is de tegemoetkoming beperkt tot gevallen waarin, bij rechtstreekse belegging door in Nederland woonachtige of gevestigde aandeelhouders, recht op verrekening van buitenlandse belasting met Nederlandse inkomstenbelasting zou bestaan. Het belastingverdrag met Duitsland voorziet niet in een recht op verrekening van door Duitsland ingehouden belasting op door een in Nederland wonende persoon verkregen dividenden. Verder wordt de tegemoetkoming verminderd naar de mate waarin niet in Nederland wonende personen en niet in Nederland gevestigde lichamen deelnemen in het kapitaal van een FBI.Een fiscale beleggingsinstelling (FBI) ontving in het boekjaar 1997/1998 voor ruim ƒ 5 miljoen aan dividenden op aandelen in buitenlandse vennootschappen. Daarbij werd ƒ 735.320 aan buitenlandse bronbelasting geheven, waarvan ƒ 132.339 Duitse belasting en ƒ 9.905 Portugese belasting. De FBI verzocht om een tegemoetkoming voor de buitenlandse bronbelasting van ƒ 518.270, uitgaande van een bedrag van ƒ 735.320 aan in aanmerking te nemen buitenlandse belasting. De inspecteur stelde de in aanmerking te nemen buitenlandse belasting vast op ƒ 593.076, omdat hij geen rekening hield met de Duitse en de Portugese belasting. De tegemoetkoming kwam daarmee uit op ƒ 418.013. Hof Amsterdam was van oordeel dat het niet in aanmerking nemen van Duitse en Portugese belasting bij de berekening van de tegemoetkoming een niet toegestane beperking van het vrije kapitaalverkeer inhield. Volgens het arrest Manninen van het Hof van Justitie EG is een verschil in behandeling tussen binnenlands dividend, dat wel verrekenbaar is, en buitenlands dividend, dat niet verrekenbaar is, in strijd met het EG-verdrag, tenzij het nadelige effect daarvan door een belastingverdrag wordt weggenomen. Anders dan in het arrest Manninen ging het hier niet om een regeling ter voorkoming van dubbele belasting (in economische zin) van winsten van de dividenduitkerende vennootschap. Volgens de Hoge Raad ging het in deze zaak om vragen van Europees recht die nog niet voldoende zijn beantwoord door het Hof van Justitie EG.Ook de tweede beperking was een belemmering van de vrijheid van kapitaalverkeer. De woonplaats van de aandeelhouders van een FBI doet immers niet ter zake als zij uitsluitend in Nederland belegt. De vraag is of het EG-recht deze belemmering verbiedt. De Hoge Raad heeft een aantal vragen, die de uitlegging van gemeenschapsrecht betreffen, voorgelegd aan het Hof van Justitie EG.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u