Hoge Raad bevestigt oordeel Centrale Raad van Beroep
De exploitant van een horecabedrijf betaalde aan zijn werknemers minder loon dan het voor hen geldende minimumloon volgens de horeca-CAO. Dat leidde tot het opleggen van een naheffing van premies werknemersverzekeringen. De grondslag voor de premieheffing werd, met toepassing van het destijds geldende Fooienbesluit 1989, vastgesteld met inbegrip van een bedrag aan fooien. De Centrale Raad van Beroep wees de bezwaren van de horeca-exploitant tegen de toepassing van het Fooienbesluit 1989 af. De exploitant tekende beroep in cassatie aan tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Een dergelijk beroep is beperkt tot de uitleg van het loonbegrip. Volgens de exploitant worden fooien niet uit dienstbetrekking genoten en mogen zij daarom niet tot het loon worden gerekend. De Hoge Raad wees die opvatting af. De Coördinatiewet Sociale Verzekeringen bepaalt, evenals de wet op de loonbelasting, dat loon is al hetgeen uit een dienstbetrekking wordt genoten. Daartoe behoren de fooien die een werknemer van derden ontvangt.
De verwijzing naar de horeca-CAO is niet beperkt tot de periode waarin deze algemeen verbindend is verklaard. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep bevat het Fooienbesluit 1989 een in de praktijk eenvoudig te hanteren waarderingsregel, waarvoor niet is vereist dat de CAO algemeen verbindend verklaard is. Evenmin juist is het standpunt dat de waarderingsregel van het Fooienbesluit 1989 beperkt zou zijn tot bedienend personeel en niet van toepassing zou zijn op bijvoorbeeld keukenpersoneel.
De exploitant van een horecabedrijf betaalde aan zijn werknemers minder loon dan het voor hen geldende minimumloon volgens de horeca-CAO. Dat leidde tot het opleggen van een naheffing van premies werknemersverzekeringen. De grondslag voor de premieheffing werd, met toepassing van het destijds geldende Fooienbesluit 1989, vastgesteld met inbegrip van een bedrag aan fooien. De Centrale Raad van Beroep wees de bezwaren van de horeca-exploitant tegen de toepassing van het Fooienbesluit 1989 af. De exploitant tekende beroep in cassatie aan tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Een dergelijk beroep is beperkt tot de uitleg van het loonbegrip. Volgens de exploitant worden fooien niet uit dienstbetrekking genoten en mogen zij daarom niet tot het loon worden gerekend. De Hoge Raad wees die opvatting af. De Coördinatiewet Sociale Verzekeringen bepaalt, evenals de wet op de loonbelasting, dat loon is al hetgeen uit een dienstbetrekking wordt genoten. Daartoe behoren de fooien die een werknemer van derden ontvangt.
De verwijzing naar de horeca-CAO is niet beperkt tot de periode waarin deze algemeen verbindend is verklaard. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep bevat het Fooienbesluit 1989 een in de praktijk eenvoudig te hanteren waarderingsregel, waarvoor niet is vereist dat de CAO algemeen verbindend verklaard is. Evenmin juist is het standpunt dat de waarderingsregel van het Fooienbesluit 1989 beperkt zou zijn tot bedienend personeel en niet van toepassing zou zijn op bijvoorbeeld keukenpersoneel.