Hoge Raad bevestigt Hofuitspraak over verkoop kapitaalverzekering
Iemand had een aantal kapitaalverzekeringen. Hij verkocht deze aan een stroman, die over compensabele verliezen beschikte. Deze stroman kocht de polissen af, maar ontving zelf de afkoopsom niet. Hij ontving slechts een provisie voor zijn diensten. De polishouder gaf de opbrengst van de verkoop van de polissen niet aan. De belastingdienst legde een navorderingsaanslag op. Naar het oordeel van Hof Amsterdam was er sprake van afkoop door de oorspronkelijke polishouder. De rentecomponent in de uitkeringen was daarom belast. Het Hof stond toe, dat het door de bemiddelaars ontvangen bedrag van ƒ 67.438 als aftrekbare kosten in mindering kwam op de rentecomponent. De rentecomponent in de afkoopsom bedroeg volgens de opgave van de verzekeraar tenminste ƒ 217.446. De opgelegde navorderingsaanslag werd verminderd omdat deze aanvankelijk was vastgesteld door bijtelling van de volledige afkoopsom. De polishouder ging in cassatie tegen de uitspraak van het Hof. Hij was het niet eens met het oordeel van het Hof dat de stroman met betrekking tot de verwerving van de kapitaalverzekeringen geen enkel risico liep. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep. Het verstrijken van een zekere periode (in dit geval zeven weken) tussen de datum van overdracht van de polis en de datum van afkoop houdt niet zonder meer in dat het risico gedurende deze periode ook is overgedragen. Partijen kunnen anders overeenkomen. Het Hof hoefde zijn oordeel niet nader te motiveren, omdat de polishouder de kwestie van de risico-overgang niet had betrokken in het voor het Hof gevoerde debat.
Iemand had een aantal kapitaalverzekeringen. Hij verkocht deze aan een stroman, die over compensabele verliezen beschikte. Deze stroman kocht de polissen af, maar ontving zelf de afkoopsom niet. Hij ontving slechts een provisie voor zijn diensten. De polishouder gaf de opbrengst van de verkoop van de polissen niet aan. De belastingdienst legde een navorderingsaanslag op. Naar het oordeel van Hof Amsterdam was er sprake van afkoop door de oorspronkelijke polishouder. De rentecomponent in de uitkeringen was daarom belast. Het Hof stond toe, dat het door de bemiddelaars ontvangen bedrag van ƒ 67.438 als aftrekbare kosten in mindering kwam op de rentecomponent. De rentecomponent in de afkoopsom bedroeg volgens de opgave van de verzekeraar tenminste ƒ 217.446. De opgelegde navorderingsaanslag werd verminderd omdat deze aanvankelijk was vastgesteld door bijtelling van de volledige afkoopsom. De polishouder ging in cassatie tegen de uitspraak van het Hof. Hij was het niet eens met het oordeel van het Hof dat de stroman met betrekking tot de verwerving van de kapitaalverzekeringen geen enkel risico liep. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep. Het verstrijken van een zekere periode (in dit geval zeven weken) tussen de datum van overdracht van de polis en de datum van afkoop houdt niet zonder meer in dat het risico gedurende deze periode ook is overgedragen. Partijen kunnen anders overeenkomen. Het Hof hoefde zijn oordeel niet nader te motiveren, omdat de polishouder de kwestie van de risico-overgang niet had betrokken in het voor het Hof gevoerde debat.