Hoge ontslagvergoeding wegens niet nakomen reïntegratieverplichting
Werkgevers moeten zich in de relatie tot hun werknemers als een goede werkgever gedragen. Daartoe behoort het zorgen voor de reïntegratie van zieke werknemers. Een werkgever die nog tijdens het reïntegratietraject van een arbeidsongeschikte werknemer op zoek ging naar een vervanger gedroeg zich niet als een goede werkgever. Zijn inspanningen hadden volgens de kantonrechter in de eerste plaats gericht moeten zijn op de reïntegratie van de werknemer. De zieke werknemer verzette zich tegen de werving van een vervanger door een kort gedingprocedure te beginnen tegen de werkgever. Bij de behandeling van het kort geding stelde de werkgever zich op het standpunt dat reïntegratie nog wel aan de orde was. Na die procedure stelde de werkgever zich op het standpunt dat de onderlinge verhoudingen door het aanspannen van een kort geding zodanig waren verstoord dat voortzetting van het dienstverband niet mogelijk was. De werkgever verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter stelde vast dat gezien de opstelling van de werkgever er voldoende reden was om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Omdat de werkgever over de belangen van de werknemer heen was gewalst zonder voldoende rekening te houden met diens arbeidsongeschiktheid, diens positie binnen het bedrijf van de werkgever en diens kansen op de arbeidsmarkt vond de kantonrechter een vergoeding met correctiefactor c=3 op zijn plaats. De kantonrechter stelde de vergoeding vast op een bedrag van € 180.000. De werkgever had geen vergoeding aangeboden.
Werkgevers moeten zich in de relatie tot hun werknemers als een goede werkgever gedragen. Daartoe behoort het zorgen voor de reïntegratie van zieke werknemers. Een werkgever die nog tijdens het reïntegratietraject van een arbeidsongeschikte werknemer op zoek ging naar een vervanger gedroeg zich niet als een goede werkgever. Zijn inspanningen hadden volgens de kantonrechter in de eerste plaats gericht moeten zijn op de reïntegratie van de werknemer. De zieke werknemer verzette zich tegen de werving van een vervanger door een kort gedingprocedure te beginnen tegen de werkgever. Bij de behandeling van het kort geding stelde de werkgever zich op het standpunt dat reïntegratie nog wel aan de orde was. Na die procedure stelde de werkgever zich op het standpunt dat de onderlinge verhoudingen door het aanspannen van een kort geding zodanig waren verstoord dat voortzetting van het dienstverband niet mogelijk was. De werkgever verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter stelde vast dat gezien de opstelling van de werkgever er voldoende reden was om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Omdat de werkgever over de belangen van de werknemer heen was gewalst zonder voldoende rekening te houden met diens arbeidsongeschiktheid, diens positie binnen het bedrijf van de werkgever en diens kansen op de arbeidsmarkt vond de kantonrechter een vergoeding met correctiefactor c=3 op zijn plaats. De kantonrechter stelde de vergoeding vast op een bedrag van € 180.000. De werkgever had geen vergoeding aangeboden.